Klaar
Lekker uitslapen en dan is het zo ver. Met mijn broertje (en tegenwoordig buurman) aan mijn zijde zet ik al lopen de tocht in naar het Museumplein. Lopen want Bouke heeft even geen tweewieler bij de hand, en achter op gaat nu toch even niet. De laatste meters toch maar op de tweewieler, op naar een menigte die ik aanvankelijk niet eens zie staan. Er klinkt gejuich en applaus, en dan, na bijna twee jaar, sta ik weer tussen mijn vrienden. En dat voelt goed.
Bloemen, schouderklopjes en omhelzingen. Het is mooi geweest. Geweest inderdaad, dat denkt ook het weer, want het duurt niet lang voordat het met bakken uit de hemel komt. Lekker zitten en bijkletsen op het groene gras van het Museumplein is er dus niet bij; in plaats daarvan verkassen naar het Blauwe Theehuis in het Vondelpark. Hypermodern wordt er een heleboel koffie verkeerd besteld; zo makkelijk gaat dat eenmaal met knopjes. Terug naar de keuken dus.
Tegen vieren springen Ilse en Ellen in hun wielerkleding en op de racefiets. Ernest was al voorbereid, en de rest van de aanwezigen besluiten op vooruitzicht van een lekker ijsje in Muiden ook maar mee te rijden. Water doet echter smelten, en wanneer het wederom blijft storten blijven enkel de mensen op 'echte' fietsen over. Langs het kanaal druppelen we voort en wordt het langzaam kouder.
Muiden bestaat nog en het ijs is er nog even lekker als altijd. Op het terras naast de sluis en langs het Muiderslot door de polder. Door de weilanden, langs het bos, onder de kastanjeboom en langs de steen van Floris, de heggetjes op de Brink en naar het grote witte gebouw waarin ik opgroeide. De champagne staat klaar en de fiets mag in de schuur. Het is voorbij.