Herdenken
George slaapt lekker zijn jet-lag eraf, en daar heb ik natuurlijk helemaal geen bezwaren tegen. Ik kom de ochtend wel door.
Rond tienen vertrekken we eindelijk, het bos uit en de straat op. Het is guur en koud weer, en raar wisselvallig. Soms miezer regen, soms een verlegen zonnetje, maar het grootste deel van de tijd gewoon een harde wind uit het zuiden. Tegen dus.
Langs het middeleeuwse stadje van Provins, waar de lokale hypermarche besluit de euro's die twee jaar in mijn tas hebben meegereisd te weigeren, omdat ze nat zijn geweest en schimmel dragen. Ik kan ze niet al te veel ongelijk geven, maar vervelend is het wel. Gelukkig accepteren ze nadat mijn geld alle kantoortjes in het instituut gezien heeft wel gewoon mijn bankkaart.
Op en neer over glooiende groene velden. Verbazend hoeveel soorten groen er eigenlijk zijn, vooral na een paar weekjes tropen waar al het groen gewoon van dezelfde variëteit is. Mooie kleine dorpjes, en uitgestorven dorpjes, nadeel is echter dat er nergens een bakker voor een hoognodig stokbroodje te vinden is.
De vlaggen gaan uit, want de mensen bereiden zich voor op de herdenkingsdag voor de tweede wereld oorlog, en wij vinden een mooi kampeerplekje in een veldje tussen de mint en kersenbomen.