De dag van metaal
Vandaag wordt de Metaalgod vereerd, dus ook mijn fiets. Voorzien van een sarong en een bosje overgaven aan het stuur wordt mijn trouwe ros nu op Bali eindelijk gezegend. Een waardige beloning na al zijn prestaties.
Terwijl ik een beetje door de stad ronddwaal zonder een bepaalde richting uit te willen, beland ik via een paar kleine zijstraatjes ineens midden in de sawa. Cool! Over smalle modderdijkjes zoek ik mijn weg tussen de zwaar begroeide groene halmen, en grote eenden kolonies. Af en toe even plek maken voor een optocht met zakken rijst op het hoofd en sikkels onder de riem, totdat ik bij de oorsprong aankom.
Groepjes vrouwen verzamelen kommen rijst tot balen, een oud omaatje ontvliesd de korrels met wat hulp van windenergie, terwijl even eerder de rijst van het land wordt gesneden en tegen een raamwerk los wordt geslagen. Keihard werken in de volle zon, maar met resultaat; een veldje brengt iedere twee maanden zo'n 900 kilo op. Helaas voor de boeren pachten vele van hun het land echter, en mogen ze slechts een vierde van de productie in eigen zak steken.
Verrast ontdek ik in de middle of nowhere ineens een toko. Ik opteer voor een drankje, maar de prijzen liegen er niet om. Dan kom ik er achter dat ik op een wandelpad terecht ben gekomen, dat vooral bij toeristen erg populair blijkt te zijn. Jammer dan, dan drink ik wel water.
Langs een glibberig modderspoor slip ik op blote voeten naar beneden en vind een uiterst gammele bamboebrug die me naar de overkant moet brengen, maar duidelijk niet op het Europese gewichtsformaat is voorbereid. Stapje voor stapje schuifel ik naar de overkant, en loop via een lange bergrug weer terug naar het dorp.
Aldaar zijn de vieringen van het metaalfeest losgebarsten; voor de tempel een gamelan concert en er in massa's Hindoes die druk met hun offers zijn. Een landgenoot meent op basis van het feit dat hij hier al een aantal maal eerder is geweest, dat het dus ook is om tijdens dit alles luidkeels te telefoneren ('Moet je horen, ze spelen nu gamelan, mooi he?!'). Ik denk daar anders over, maar wanneer ik er iets van zeg krijg ik uiterst vervelende opmerkingen mijn kant op geslingerd. Even later druipt hij af, met de mededeling dat hij et nog wel ergens zal tegenkomen. Triest.
Ik geniet echter lekker verder van de voorstelling, en blijf zelfs iet te lang zitten, waardoor ik te laat doorheb dat er inmiddels een officiële dienst begonnen is. Te laat om nog weg te lopen neem ik dus ook de heilige waterdruppels op mijn voorhoofd in ontvangst en blijf netjes wachten tot iedereen klaar is met het opzeggen van hun meditaties.