Wajang
Na een uiterst boeiende uitleg oer wajangpoppen op de lokale markt, besluit ik dat ik die avond maar eens een echt wajangspel moet gaan zien. Even voor achten verschijn ik dus bij een galerie annex bungalowpark aan de rand van het dorp. Het is drukker dan ik dacht, in totaal bijna twintig mensen die de voorstelling komen aanschouwen.
Ons zal het verhaal over het offer van Bima verteld worden. In een koninkrijk ver weg leefde namelijk een demon die de bevolking terroriseerde en met regelmaat ook op at. De koning van dit land was daar natuurlijk niet blij mee, en vraagt de demon hier mee te stoppen. Dit beloofd hij te doen, mist de koning hem een menselijke offer brengt. De rechtvaardige koning weet niet wat te doen, totdat de held Bima van de situatie hoort. Hij besluit zichzelf op te offeren, maar beschermd door magische krachten kan de demon hem niet doden. Ze raken in gevecht, en zoals te verwachten weet goed uiteindelijk kwaad te verslaan.
Helaas lijkt het er op dat ik de enige ben die kan genieten van de diepe Javaanse en Balinese stemgeluiden die de verteller weet te produceren, af en toe begeleid door een trommeltje en de gamelan. Binnen enkele minuten na aanvang is de helft van de aanwezige al weer verdwenen, en de rest van het publiek geeft na afloop een kort applaus, staat op en is verdwenen.
Ik vind het echter prachtig, en had graag de complete vier uur durende voorstelling gezien, in plaats van de ingekorte toeristische versie van drie kwartier met hier en daar een zinnetje Engels (wel weer leuk: de zelfspot tegen de eigen gemeenschap die daarin doorblinkt). Maar goed, blijkbaar ben ik maar een raar geval.
Gewapend met camera trek ik nog even de stad in. Met supergevoelige lens en opgevoerde instellingen kom ik ondanks de duisternis een heel eind en leer weer een boel over mijn geliefde lichtverzamelaar.
Voor het eerst weer echt eens bot en kort af, wanneer ik in eens van achteren benaderd word door een jongen op motorfiets. Onderbewuste alarmbellen gaan af, en mijn vinger wikkelt zich snel om de nekband van mijn camera. Ik gun hem nauwelijks een blik, onderbreek zijn poging tot conversatie (en nee, je mag mijn foto's ook niet zien), en maak me uit de voeten.