Exploderen op een vulkaan
Om half vijf word ik wakker; Martinus zingt. 'Hallelujah, hallelujah, praise the Lord' en ze verder. Het is zondag en hij heeft er zin in zo te horen. Een glimlach op mijn gezicht, alhoewel ik misschien liever had dat hij stil was zodat ik nog een uurtje kon slapen. Waar ik me vooraal over verbaas is dat het wel lijkt dat Martinus en zijn familie veel meer met hun geloof bezig lijken te zijn dan de vele Moslim gezinnen waar ik eerder al bij verbleef.
Nu het licht is kan ik eindelijk zien wat een prachtig uitzicht er hier is. Diepe kloven, aan de hellingen volgepland met allerhande groen. De familie kleed zich in zondagsbest en blijven mij maar eten toestoppen. Ondanks het feit dat ik maar met mondjesmaat iets naar binnen toe steek, slagen ze er toch in me volledig te verzadigen. Nog een laatste gebed en een zegening evenals een nek- en schoudermassage, en dan is het tijd voor vertrek. Zij naar de kerk, en ik naar Mt Bromo.
Nog een paar kilometer gaat het heftig omhoog en dan, niet minder heftig, eindelijk naar beneden. De weg wordt slechter en slechter, en op kruispunten staan de mensen al te wijzen. 'Bromo is daarheen, daarheen moet je!' Voornamelijk dalen, langs landverschuvingen en omgevallen bomen en met uitzicht op vele veldjes die op een of andere manier tegen de berg geplakt zijn, en dan weer lichtjes omhoog.
Op een gegeven moment word ik verwezen naar een gebouwtje dat een informatiepost bevat in zake het NP dat het gebied rondom de vulkaan siert. Natuurlijk naar binnen opzoek naar meer informatie omtrent route en wegen. Die is er wel, maar wanneer ik weer weg wil komen er ineens entreekaartjes tevoorschijn. Die wil ik eventueel best betalen, maar dan wil ik ook gebruik maken van de 50% studentenkorting die in het groot (en enkel in het Engels) staat geadverteerd.
Die weigert hij me, want daar heeft hij geen kaartje voor, even als voor mijn fiets, waarvoor ik dan maar het hogere tarief voor motorfietsen moet betalen. Daar denk ik natuurlijk anders over. Na een aantal minuten discussie (waar hij niet veel van snapt) geeft hij uiteindelijk aan dat ik eventueel ook zonder kaartje door kan gaan. Prima, ik stap dus op en ben verdwenen. Een rare situatie echter, en ticket controle blijkt namelijk niet bestaand. Toch niet helemaal kosjer?
Er volgt een muur van een kilometer of zes. Ruim anderhalf uur doe ik daar over, en totaal uitgeput kom ik boven aan, terwijl een of andere nozem me onderweg nog vraagt hoe ik daar precies beland ben. Met de auto misschien?
Die anderhalf uur was het echter wel waart, want het uitzicht over de krater en in de vulkaan is machtig. Een grote caldera, met in het miden een mooie sferische top met een pluimpje. Ik mag afdalen, de vulkaan in, maar de weg is zo stijl dat mijn remmen het nauwelijks houden. Uieindelijk dus met een voetje aan de vloer voor extra remweerstand en halverwege een tiental minuten rust om mijn bloedhete velgen te laten afkoelen.
Beneden mag ik door een woestijn van vulkaanas crossen, mul zand, later voorzien van een camoeflerend laagje vocht. Mt Bromo zelf hoef ik niet op, ik geniet liever van het zijaangezicht. Mogelijkheden tot eten en drinken ontbreken in het geheel, maar een vriendelijke voorbijganger heeft wel een flesje water en een paar gebakken bananen voor me.
Dan breekt er weer een noodweer los. Dit keer toch maar wat regenkleding aan, en juist dan kom ik er achter dat de rits van mijn jas zo goed als overleden is. Uiteindelijk slaag ik er in het ding te sluiten, maar dan ben ik zelf inmiddels als flink nat, en is de bui zo goed als voorbij.
De zandvlaktes veranderen in prachtig gekleurde velden met links altijd de muren van de caldera en rechts de vele pieken van de vulkaan. Prachtig. Gerommel om me heen maant me echter aan vaart te zetten en met rasse schreden komt er een nieuwe partij boze wolken aan zetten. Brommetjes die me tegemoet kwamen keren snel om en vluchten terug omhoog, terwijl ik probeer te volgen.
De weg staat echter weinig ruimte tot speling toe, en veranderd in een nog droge rivier met diepe geulen. Bijna onmogelijk manouvreren en vaak moet ik uit het zadel. De bui barst los en niet een klein beetje ook, met donder en bliksem en pijpende stelen. En geen enkele plaats om te schuilen. Langzaam voel ik het water zich een weg vinden door mijn kleding. Dit is hopeloos, ik moet ergens stoppen.
In een vlaag van zelfconservatie spring ik van de fiets en haal het grondzeil van mijn tent te voorschijn. Met een kant over mijn fiets en de andere vastgeknoopt aan een paar planten slaag ik er in een schuilplaats te produceren. Stok in de hand om water mee af te laten vloeien en wachten maar.
Ruim een uur zit ik daar, verkleumd en koud, terwijl het pad dat ik volgde (op dit moment gelukkig even voorzien van betonnen ondergrond) in een rivier veranderd. Een zooitje.
Ik ploeter verder naar boven, vaker naast mijn fiets dan er op. Een uniekum, maar niet een om trots op te zijn. Een groep motorrijders die ik tref geeft aan dat het nog veertig kilometers naar het eerst volgende dorpje is, langs een uitzichtloze route. Waar, de weg is hier volledig voorzien van beton, maar door de regen zijn de hellingen zo glad geworden dat er geen opkomen aan is. Doemscenarios voltrekken zich in mijn hoofd. Nog een halve liter water en een paar biscuitjes, dat wordt een zware nacht kamperen in een depressief klamme tent.
De weg heeft zich inmiddels 180 graden gedraaid en kronkeld over de smalle rug van de caldera. Prachtige uitzichten naar beide zijden, maar ik ben niet in de stemming om er van te genieten. Honger, echt, ik moet iets eten, en ik heb dorst! En waarom blijft de weg maar steeds omhoog gaan? Waarom is het zo glad? Ik wil hier weg, maar terug, onmogelijk afdalen, weer door het zand, en dan? Aan de andere kant even goed weer omhoog. Shit. Geen optie dus.
Eindelijk weer een stukje dalen, maar glad dus oppassen. Over een paar planken die een brug vormen, langs een betonnen paaltje. Gemeente grens. Even omhoog. En dan echt afdalen. Een mooie vallei, een asfalt weg en huisjes! Eindelijk huisjes, een echt dorp, bewoning en dus eten! En op eens is alle ellende weer vergeten. Hoogmoedig laat ik de eerste toko liggen, in de hoop op een echte warung waar ik een bak nasi kan krijgen. De weg veranderd in een modderpoel, maar mijn warung, die vind ik. Eten!
Twee grote borden rijst met groente, thee en cola. En het leven is weer goed. De afdaling is definitief begonnen en als ik me nou nog eens geen druk hoefte te maken over de donkere luchten verderop was het helemaal perfect. Dat hoef ik niet volgens de eigenaresse van de warung, immers, het heeft vandaag al een keer geregend.
De logica daarvan ontgaat me een beetje, maar ik neem het maar ten harte, en duik het bos in. Echt regenwoud, mooi, gevarieerd en onaangetast. Ik wist niet dat dat nog bestond in Java. Genieten en voorzichtig afdalen dus, door grote plassen water en om brokken steen heen. Het begint een paar keer behoorlijk te druppen, maar tot een echte regenbui komt het nooit.
Wel begint mijn bril langzaam te beslaan. Het wordt hier duidelijk weer warmer en vochtiger. Mijn laag regenkledig, voor zover droog, stop ik dus maar even weg, vanaf hier wordt die waarschijnlijk toch niet droger, want het zal niet lang meer duren voordat ik weer flink mag gaan zweten.
Ik stap af om me te ontdoen van een aantal laagjes, terwijl ik vanuit de boom naast me door een aantal langstaart makaken knorrend en herkauwend aangekeken wordt. Verderop zingt een krekel, terwijl boven me een paar neushoornvogels met vleugels als straalmotoren voorbij vliegen. Het is hier prachtig, en terwijl ik door een perfect regenwoud rijd wordt mijn komst bezongen door de vele beesten in de bomen langs de weg.
Helaas heeft een park altijd zijn grenzen, en het duurt dan ook niet lang voordat ik gewoon weer tussen bananenplantages en dennenbossen rijd. Transport hier gebeurd in opgevoerde skelters, want de weg gaat toch enkel naar beneden. De hele familie dus op een karretje een paar centimeter boven de grond, en zoef, daar rammelen ze naar beneden.
Ik daal verder en verder af, het wordt warmer, maar nog steeds niet te, en juist voor zonsondergang rijd ik Lumajang binnen. Hotel nummer een is een zooitje, maar bij de buren, een paar kilometer verder, is het goed toeven voor een acceptabele prijs. Nu nog proberen mijn kleren op een of andere manier te drogen..