Hallelujah!
Na een paar dagen rust in Lawang is het tijd om erder te gaan. Het weer is het daar echter niet mee eens, en terwijl ik buiten mijn fiets begin op te laden breekt de hemel open. Ik spoed me naar een warung om de hoek voor ontbijt en een schuilplek en wacht af. Boekje d'r bij en een half oog op de regen buiten.
Om naar Bromo te rijden moet ik eerst een stuk terug, en naar beneden ook nog. Tegenstrijdig maar waar, dus even later zoef ik naar beneden. Langs een complex waarvan ik denk dat het een Hindu tempel is en mijn interesse vangt. Ik stap af en neem een kijkje. Het blijkt hier echter om een Chinese combinatie-tempel te gaan, een mix van Buddhisme, Taoisme en Confuciunisme. Een oude voorgevel in een tuin, maar eens binnen lijkt het geheel bijna op een markthal met een veelvoud aan kleinere shrines, allemaal orderlijk gerangschikt.
Eens bij de afslag begint de weg weer te stijgen. Aanvankelijk rijd ik soepeltjes naar boven toe, maar al snel krijgt de warmte me te pakken, veraderen mijn kleren in een druipende massa en gaat het tempo drastisch omlaag. Het is wel mooi hier, met eindeloze rijsvelden opgesierd met hier en daar een cocos palm en wat bananenplantages.
Juist wanneer ik afstap voor een hap lunch begint het weer te gieten. Ik eet en wacht, krijg een rondleiding door de leenbank van de buurman, keuvel wat en pak mijn boek er maar weer bij. Gelukkig maar dat het Dostoyevsky niet zoveel uitmaakt of het droog is of niet.
De bankeigenaar heeft uitgerekend dat ik vanavond onmogelijk nog boven op Mt Bromo kan komen, dus hij laat een kamertje klaarmaken waar ik wel kan blijven slapen. Super vriendelijk natuurlijk, maar om een uur 's middags is de avond nog ver af, dus ik stem nog niet in, en wanneer het tegen half drie, en met een tweede bord lunch achter de kiezen, eindelijk weer droog is vertrek ik tegen beter weten in dus ook gewoon.
Aanvankelijk gaat het lekker. De hellingshoek is een stuk minder dan voor de lunch en het schiet op. Misschien dat ik het toch nog haal tot het volgende losmen? Dan schiet de weg ineens omhoog. Tien, vijftien of zelfs twintig of meer procent, getallen die me tegenwoordig weinig meer zeggen. Kilometers lang gaat het door, sta ik op de pedalen en kan mijn snelheid op de vingers van een had natellen..
De hoogte die ik maak zorgt wel voor enige verkoeling, maar de vochtigheid blijft, en mijn ademende fietskleding is hier dus totaal nutteloos. Ik zwem dus letterlijk naar boven toe, terwijl shirt en broekje druk hun best doen geen enkele druppel zweet verloren te doen gaan.
Het wordt langzaam donker, maar de helling blijft. Uitzichtloos, geen bewoning te bekennen, maar teruggaan en morgen nog eens is helemaal geen optie. Een donkere afgrond zonder uitzicht, woestkolkende riviertjes onder bruggetjes, rotswanden en de muur waar tegen ik me naar boven probeer te ploeteren.
Dan eindelijk, in het pikkendonker, een boog over de weg en een paar huisjes. Navraag leert dat ik nog een kilometer of tien moet tot het dichtsbijzijnde hotel, en dat een warung in dit lint van huizen ontbreekt. Doorzetten dus maar.
Terwijl ik op een platter stuk halverwege het dorp afstap om mijn waterflessen bij te vullen, komen een man en zijn zoontje me op de motor tegemoet en beginnen meteen een gesprek in het Engels. Praktisch het eerste wat ze doen is me bij hun thuis uitnodigen, graag!, maar meteen zo reageren zou niet netjes zijn. Eerst dus braaf vragen hoe ver het nog is naar het hotel, en wachten tot hij drie keer herhaald en aangedrongen heeft. Uiteindelijk komt de concessie dat ik lekker een kop thee kom drinken, en daarna kan besluiten of ik blijf.
Een laatste stuk omhoog dus, en dan op naar het huisje van Martinus en Stephanie en hun twee zoons Yehuda en Yeshaya. Katholiek. Daar heb je er hier niet zo veel van. Ik word dus omgedoopt in 'broeder' Eelco en bijna iedere zin die Martinus zegt sluit hij af met een 'Hallelujah' of 'Amen'. Prachtige mensen, alhoewel het er wat mij betreft allemaal veel te dik boven op ligt. Stiekum moet ik wel een beetje om ze lachen, maar goed, als zij daar gelukkig van worden wil ik natuurlijk best wel een stukje uit de Bijbel voorlezen.