Hollandse glorie
De stad begint al op kwart voor vijf met bidden, dus dat is handig wakker worden. Rustig aan uit bed en dan met de grote zak canvas die mijn verzamelde bezittingen bevat de trap af. Lekker snel in de taxi over de nog verlaten straten en zo op de plek waar ik de stad ga verlaten. Nog even een lullg excuus van gebrek aan wisselgeld, dus ik doe een rondje vliegveld om dat zelf dan maar te verzamelen. Jammer joh.
Genieten van de chaos bij check-in en instappen; duwen trekken in voordringen. Zouden die mensen dan echt niet door hebben dat je na check-in nog een ruim uur moet wachten, en dat het vliegtuig vervolgens niet vertrekt voordat iedereeen aan boord is? Ik krijg trouwens wel waar voor de iets hogere prijs die ik betaald heb, met een kilometer beenruimte en een stoeltje recht naast de nooduitgang.
Tijdens het wachten knoopt een meisje dat me eerder door de stad had zien fietsen een gesprek met me aan. Een leuk vrouwtje, maar veel te hard op zoek en bijna vervelend handtastelijk. Aandacht is natuurlijk altijd leuk, maar dit licht er gewoon echt te dik boven op. Ben best bereid nog even iets met haar te gaan drinken terwijl zij in Surabaya op een aansluitende vlucht wacht, maar dan heb ik het ook echt gehad. Doooeeeii!
Fiets is netjes gearriveerd, nog een onverwachte euro aan handling coasts, maar verder prima, gezamelijk fiets uitpakken, en onder de nieuwsgierige blik van ruim tien paar ogen herpak ik mijn bagage en maak ik mijn fiets klaar voor vertrek. Een lekkere koude bidon water en wat route tips, en dan ben ik op weg.
Wat opvalt is dat er overal duidelijke Europese invloedenn te vinden zijn, veel sterker dan in Kalimantan. Meest kenmerkend daarvoor zijn de daken van de huizen; driehoekig of puntig.
Het is hier wel behoorlijk drukker, maar de mensen blijven even vriendelijk, en eten en drinken zijn aanzienlijk goedkoper. In een eethuisje heb ik een vermakelijke lunch in gezelschap van een professor in de Statestiek en haar man. Uiteindelijk nodigen ze me zelfs uit voor een overnachtig bij hun thuis, maar dan moet ik viftig kilometer de andere kant op rijden. Natuurlijk meer dan graag, maar dit keer sla ik toch even over.
Al meerdere keren hebben mensen langs de straat geroepen da ik toch echt even een kijkje moet gaan nemen in Porong, maar wat er daar nou precies te zien is snap ik niet helemaal, alhoewel ik langzaam aan wel een voorgevoel begin te krijgen.
Eenmaal daar wordt het allemaal duidelijk. Het landschap is hier dood, en de dorpen zijn verlaten, terwijl alles onder een dikke laag modder ligt. Hoe dat komt? Een moddervulkaan die aan de rand van het dorp ligt is meer dan een jaar begonnen aan een uitbarsting die nog steeds voortduurt. Meer dan twaalf dorpen zijn al onbewoonbaar geworden en verlaten, het eens vruchtbare land is waardeloos geworden, en wegen staan onder water. De hoofdweg is voorzien van een dijk en enkel voor tweewielig verkeer toegankelijk, terwijl de omgeving grauwe triestigheid uitademt. Toch ook respect voor de laatste overgebleven dorpelingen die van de nood een deugt proberen te maken door het geven van rondleidingen en de verkoop van drankjes.
Even voorbij dit deprimerende natuurverschijnsel (dat volgens de geruchten veroorzaakt schijnt te zijn door de lokale sulfaat-afgravende industrie) ontmoet ik Vindayat, een van de weinige wielrenners die Java rijk is (een schamele 200 op een populatie van boven de 30 miljoen). Een vriend van hem had me zien rijden en hem op de hoogte gesteld van mijn komst.
Samen fietsen en drinken we wat. Ik ben helaas niet veel partij voor hem, met mijn bagage achter op en lichtjes omhoog rijd ik in een slakkengangetje over een weg waar hij met gemak de dertig in het uur zou kunnen halen. Het vrachtverkeer op deze weg is echter niet leuk meer; zo druk dat ik nauwelijks ladem kan halen. Een willekeurige zijstraat in en navigeren om de zon dus, door prachtige dorpjes, rijstvelden enlangs dorpsschooltjes waar de leerllingen met open mond uit het raam hangen.
Uiteindelijk toch in de plaats van besteming; Vindavat keert om naar huis, uitgefiets of klaar met mijn trage tempo denk ik aanvankelijk, maar dan realisser ik me pas dat het dankzij het verzetten van de klok (op Java is het een uur later dan op Kalimantan) ook een uur eerder donker is. Oei, dan ligt mijn target dus iets verder dan handig was.
De laatste kilometers dus in het donker, totdat ik eindelijk in Lawang aankom. Een prachtig hotel aldaar dat behoorlijk te betalen blijkt en een grote testimonial van een andere wereldfietser die hier jaren geleden logeerde aan de muur heeft hangen. Hoge kamers, prachtige uitgwerkte houten plafonds en kleurrijk ingelegde granieten vloeren. En natuurlijk een heerlijk zacht bed. Ik vind het wel goed hier.
Op de nachtmarkt ontdek ik dat de duku, waarvan ik dacht dat het een aardappeltje was, in werkelijk een heel smakelijk zoet vruchtje is. Ik denk aan een liedje uit de top veettig van een aantal jaren terug; 'Iedereen houdt van doekoe', iedereen weet ik niet, maar ik dus in ieder geval wel!