Slapen met de vijand
Op het ritme van de muezzin kom ik mijn bedje uit, en terwijl de zon bleekjes tevoorschijn komt klim ik in het zadel en ga op weg naar de haven. De zwerm van kaartjesverkopers negeer ik, in de verwachting dat ik ergens op de kade Rudi wel zal treffen. Een aantal dames met rijstpakketten en nog wat andere reizigers, en de boot komt juist aangevaren, maar de illustere Rudi is nergens te bekennen. Ik doe nog een poging tot een rondje, maar word dat afgeraden; er komt vast nog wel een last-minute verkoper op de kade. En inderdaad, even later staat mijn naam op een stukje papier, en mag ik mee naar Tarakan varen.
Miste ik gister de boot met motorpech, vandaag zit ik er gewoon op. We zijn dan ook ongeveer een uur op weg wanneer we stil vallen. Na wat geknutsel gebeurd er varen we even, vallen weer stil, en na een minutenlang interval gaat het op een slakkentempo verder. Maakt niet uit, ik heb de tijd.
Dat geldt helaas niet voor iedereen; naast mij een vader met zijn zes jaar oude dochtertje dat aan een ernstige keelontsteking leidt. Het arme kind jammert wat af, maar hier op het water is daar niks aan te doen; het is wachten tot we bij Tarakan en het ziekenhuis aankomen.
Uren na de oorspronkelijk planning pruttelen we eindelijk de haven in. Arrivé! Naast me roept al iemand dat hij me naar Tajung Selor wil brengen, en roept daar een absurde prijs bij. Ik mis echter een honderdtal en begrijp dat hij wat extra centen wil verdienen door mij en mijn bagage in zijn vaartuigje naar een grotere boot verderop wil brengen.
Wanneer ik even later mijn vergissing in zie heb ik echter weinig zin die te corrigeren. Ik vind het eigenlijk wel goed zo; ik een privé speedboot naar Tanjung Selor, en mijn chauffeur dertig euro in zijn zak, het zal ook allemaal wel. Een pittig ritje over het open water en dan mooi door de mondingen van de rivier stroomopwaarts. Helaas wel onder een regenkapje, want de lucht breekt open, maar over het algemeen prachtig.
Een twee uur stuiteren in de boot, en dan ben je ook nergens. Prima! Een geïmproviseerde stijger, een stuk weg, een paar eethuisjes en verder niks. Even vrees ik genaaid te zijn, maar dan volgt het bordje 'Welkom in de haven' en ben ik gerust gesteld. Hapje nasi bij de warung, een paar kilometer verder een rondje door het dorp; de twee hotelletjes die ik vind staan me niet aan, dus duik ik een militair wachthokje in om iets anders aan te trekken, en word ik met de broek op de knieën weer nar buiten gegooid. Dat werd niet echt op prijs gesteld..
Meteen duik ik de jungle in. Heftig glooien met een zaagtandprofiel, maar binnen een paar uur al meer bomen dan in bijna een maand Sabah. Het bos ziet er nog redelijk gezond uit, de oliepalmplantages ontbreken (God zij dank!), maar desondanks hier ook regelmatig het zeurend aanwezige geluid van kettingzagen en de doodse stilte die volgt op het krijsende gekraak van een neerstortende wolkenkrabber.
Juist wanneer het officieel donker genoemd mag worden arriveer ik bij een telefooncentrale. Een klein wachthuisje achter een hek, met daarnaast drie grote rood-witte zendmasten. Ik probeer aandacht te krijgen, maar slaag daar helaas niet in, en begin dus maar voor het hek maar tent op te bouwen. Het is wel mooi geweest voor vandaag.
Net wanneer ik op het punt sta de stokken de lucht in te richten, valt mijn oog op een silhouet aan de andere kant van de barrière. Ik vraag of het goed is als ik hier vanavond blijf liggen, en natuurlijk is dat niet het geval. Binnenkomen en op een bed plaatsnemen, we zijn hier gastvrij!
Ik houd me echter op de achtergrond en behalve een paar glazen water neem ik niet veel aan van mijn gastheer en security-guard Hemi. Geboren op Lombok en getogen in Sengiti, maar samen met vrouw en vier kinderen getransmigreert, zoals dat hier zo mooi heet. Hij is de popie-jopie van de buurt, aangezien hij elektriciteit en een televisie heeft, dus even later komen zijn maatjes, vier houthakkers, langs voor een avondje schermstaren, evenals een familie uit Tanjung Selor, die het ook te donker vindt om op dit uur nog op de straat te zijn.
Na een mandi en mijn verplichtte malaria-pil is mijn avond echter snel voorbij, en terwijl de rest vrolijk kijkt en rookgordijnen opbouwt, ben ik zo vertrokken.