Genieten
Na eigenlijk een paar dagen te lang stap ik eindelijk weer op de fiets. Op naar Tawau voor een visum, en dan Indonesië in. De dag begint echter met een tegenslag, want terwijl ik al vroeg klaarsta voor ontbijt en vertrek, breekt de hemel open en komt het met bakken naar beneden. Fijn.
Ik heb mijn fietskleren echter al aan, en er zit niets ander op dan in het cafe te wachten tot het droger wordt. Dus weer die vervelend verbaasde gezichten, terwijl ik aan iedereen mijn verhaal moet vertellen. Geef toe, het hoort erbij, maar erg vermoeiend, vooral als het om de grote groepen 'ik ben met het vliegtuig naar Thailand gekomen en maak nu een heel avontuurlijke uitstap naar Maleisië: kijk mij eens!'-types gaat. Nogmaals, niets mis mee natuurlijk, maar nu even niet. Ik ben dan ook blij dat het niet meer duurt voordat iedereen rond achten het pand verlaat voor wederom een spectaculaire dag onder water, en het snel daarna ook weer opdroogd.
Aanvankelijk geniet ik, van de mensen om me heen, het gezwaai en het landschap. Nieuw, want op de heenweg in de stromende regen is dat allemaal langs me heen gegaan. Maar snel daarna weer opnieuw monotoon en vervelend, massale oliepalmplantages, de natuur om me heen stuk gemaakt, en onder de brandende, misselijkmakende zon.
Voordeel is wel dat ik vandaag veel wild te zien krijg. Verschillende varanen, een veelvoud aan prachtige pluimvogels en een gigantische rover (een arend?). Een aap en nog andere zoogdieren, kikkers en insecten. Wat een variëteit! Wel allemaal dood natuurlijk, plat gereden langs de weg. Want dat is hoe men dat hier ziet, ofwel in een continue eenheid met de zwarte laag op de weg, of weggestopt in een reservaat. De rest wordt 'ecologisch' ontwikkeld tot oliepalmplantage om duurzaam energie te produceren ten koste van regenwoud. In Sabah, dat in veler brein direct geassocieerd wordt met ongerepte, pure natuur en zeldzame diersoorten, komt alles met een hekje er omheen.
Vanaf de checkpoint halverwege zweet ik uitgedroogd verder over de bloedhete, schaduwloze meerbaans weg, om aan het einde van mijn Latijn halverwege de middag eindelijk weer eens een eethuisje te vinden. Ik plof neer en giet mezelf vol met een veelvoud aan verschillende vloeistoffen. Eten hoeft niet, ik wil vocht hebben. Dan val ik met mijn hoofd in mijn armen in slaap.
Een uur later word ik langzaam wakker. Nog wat loom, maar opgefrist. De laatste kilometers naar Tawau, langs het water en de parkjes waar de lokale bevolking van hun zondagmiddag geniet. In het eerste hotel waar ik binnenloop vind ik een kamer. Wel wat aan de prijs, maar dan heb ik ook een lekker bed en een fijne douche. Smullen op de nachtmarkt, met een flimpje op tv toe.