Verzuipen
Vroeg klim ik al in het zadel, de tent nog nat en benauwd en het restaurant waar naast ik me ten ruste legde nog steeds gesloten. Ontbijten dus ik dus een twintig kilometer verderop, tussen de stevige heuvels naar Kampung Kunak.
Lastig rijen en ondertussen flinke regen. Hoe goed ik die gister ook nog wist te appreciëren, vandaag heb ik er absoluut geen behoefte aan. Bah, vies en nat, en ik erger me er meer aan dan dat ik er van geniet. Wanneer ik tijdens een ruststop vrolijk verteld word dat het regenseizoen gister begonnen is en het de komende vier weken waarschijnlijk niet al te vaak droog zal zijn begin ik behoorlijk aan mijn onderneming te twijfelen.
Wanneer ik bijna bij het einde van de doorgaande weg en op de splitsing naar Semporna aangekomen ben word ik verrassend ingehaald door Niels en zijn harem. We schreeuwen elkaar al rijdend wat toe en besluiten elkaar een aantal uur later in de plaats van bestemming te zien.
Nadat ik mijn lunch naar binnen heb gewerkt is het tijd voor de laatste vijftig kilometer. Met echt veel plezier komen die echter niet want de regen komt met bakken uit de hemel, erger dan ik het in tijden gezien heb. Doorweekt en met de agressieve ondersteuning van The Prodigy in mijn oren stoemp ik voort. Wachten en uitzitten is geen optie; morgen moet er gedoken worden.
Langzaam stapelen de kilometers zich op en kan het aftellen beginnen. Met nog tien kilometer te gaan word het me echter toch echt te gortig en neem ik mijn toevlucht in een bushokje. De kilometers die ik later nog bij elkaar ploeter gaan met pijn en moeite, en uiteindelijk kom ik ook nog eens duizelig van de hongerklop aan in Semporna. De restaurantjes staan al op het punt van sluiten, maar ik weer toch nog een plekje te vinden, waar ik in mijn eigen vijver in hoog tempo zoete thee en broodjes naar binnen schuif.
In de duikschool wordt ik met een grote glimlach ontvangen; ik werd al verwacht. Uitrusting passen mag ik overslaan en laten wachten tot morgen, ik moest eerst maar eens ergens opdrogen en gaan douchen. Zo ver komt het echter niet, want op weg naar het hotel word ik toegezwaaid door mijn vier Nederlandse vrienden. Kletsen, opdrogen en scherpe soep dus.
Overnachten in de Dragon Inn, een hotel op palen waar niet gelachen wordt. Bedden doen pijn en een douche is afwezig, maar daar kom ik pas te laat achter. Het water onder me maakt me onrustig en zorgt er bovendien voor dat mijn doornatte spullen onmogelijk kunnen drogen, kortom, ik moet hier zo snel mogelijk weer weg. Maar eerst morgen duiken in de hemel die Sepidan heet.