Wereldvrede
De ochtend safari verloopt teleurstellend wanneer onze bootsman halverwege besluit dat de moto van ons bootje kapot is, maar na twee keer sputteren en zonder enige uitleg naar ons toe, het vaartuig omstuurd en rechtstreeks naar het kamp terug vaart. Mooi is dat.
Ontbijten en terwijl de regen langzaam begint te vallen, in de jeep terug naar de meer bewoonde wereld. Mijn fiets is gelukkig niet in de nasi verdwenen, en in plaats daarvan al helemaal in de keuken ingeburgerd en begraven onder een mooie laag drogende was.
Terwijl ik een tweede ontbijt van lekkere nasi naar binnen werk blijft het buiten gieten. Niet dat ik dat echt een probleem vind want het weer is daardoor een stukje koeler en niet te drukkend, en daarnaast heeft het hemelwater best een aangename temperatuur.
Wanneer het even wat droger wordt en ik door Jun uitgebreid voorgelicht ben over de misstanden van de politie en lokale overheden met betrekking tot omkoping, illegalen en natuurbeleid, bestijg ik mijn ros en zet ik koers richting Semporna. Ruim tweehonderdvijftig kilometer te gaan, en ik moet er morgenavond zijn; turbo dus.
Het aangename temperatuurtje en af en toe het verkoelende effect van een buitje zorgen ervoor dat ik lekker doorrijd. Ik ben zo in Lahud Datu, verdwaal een paar keer, draai de goede weg op, drink een teh susu en klim langs de heuvels van de kust omhoog. Alhoewel het er op leek dat de natuur in dit gebied aan de beterende hand was, valt mijn bek open van verbazing en afschuw wanneer ik bij de afslag naar Dunum NP, een van de belangrijkste en meest ongerepte natuurreservaten van het land, grote waarschuwingen zie staan voor invoegend hardhout transport.
Sabah en Borneo klinken dan wel als ongerepte jungle en oerwoud in de oren, maar over een paar jaar is daar waarschijnlijk niks meer van over. Erg, erg triest. Bijkomend probleem is ook dat de olieplantages die overal na houtkap verschijnen meer dan omhelsd worden door 'natuurbewuste' beleggers; biodiesel en papier en compleet biologisch, maar van het regenwoud en zijn inwoners blijft in de tussentijd niks over.
Naast een klein restaurantje dat omgalmt wordt door Koran teksten die vanaf cd voorgelezen worden zet ik in de regen mijn tentje neer, en nadat ik de modder van de dag enigszins van de benen afgespoeld heb werp ik mij op de beste nasi goreng kampung die er ooit gemaakt is.
Na het eten klets ik nog even met zoonlief, een ondernemend figuur, dat zowel het restaurant van zijn moeder als de plantage van zijn vader beheerd en er zo zijn eigen handeltjes op internet op na houdt. We concluderen dat het het beste voor de wereld is om alle godsdienst extremisten samen ergens op een eilandje in de Stille Zuidzee te droppen en daar met elkaar hun rotzooi uit te vechten, zodat de rest van de wereld in vrede naast elkaar kan leven, en om alvast een goed begin te maken besluit hij dat ik niet voor mijn overheerlijke maaltijd hoef te betalen.