Goed inzepen
Van de politiepost trek ik verder de jungle in. Naja, over echte jungle valt hier eigenlijk niet meer te spreken; kilometer na kilometer rijd ik door onafgebroken palmolie plantages, overal hetzelfde pure monocultuur, druk verkeer en grote vrachtwagens, en aan het oog van de wereld onttrokken af en toe de restanten van woudreuzen die over stoffige zijwegen vervoerd worden.
Hoe dichter ik bij Sepilok kom, hoe sceptischer ik word. 'Een Oerang Oetang rehabilitatie centrum, waar kleine aapweesjes wordt geleerd hoe zich te redden in de jungle. Wanneer ze daar klaar voor zijn verlaten ze de beschutting van het park en trekken ze de bossen in, alhoewel sommigen regelmatig terug komen om bijgevoerd te worden.' Klinkt leuk, maar waar is dat omringende bos dan? Hier is niets te eten te vinden, dus terugkomen, tsja, veel andere optie hebben ze niet.
Het duurt even voordat ik na ruim honderd kilometer hitte weer bij mijn positieven ben, en eigenlijk is fietsen op deze manier ook niet leuk. Wat koude cola helpt echter, en de rest van de middag wacht ik af in mijn B&B, tot ik morgen aapjes mag kijken.