High
Vroeg uit de veren na een onrustige nacht, en in het restaurantje zit Dave al op me te wachten. Goed ontbijten, en dan het park in, waar de zonsopgang de pieken van Mt Kinabalu in prachtig ochtendlicht kleurt.
Er is nog steeds geen plek vrij, maar andere klimmers in mijn hostel hadden me al beloofd dat ik eventueel wel op kun kamer kon slapen, en daarnaast blijkt het ook in eens mogelijk om de klim in een dag te maken, zonder overnachting op de berg, en dus zonder noodzakelijkheid tot reservering. Een gouden optie, die Dave ook wel ziet zitten, al was het fijn geweest als we daar eerder van op de hoogte waren, want dan waren we nu al lang vertrokken.
Pas wanneer alles geregeld en betaald is komt er ineens weer een andere adder op zetten die mandeert dat we maximaal tot een uur mogen stijgen, daarna moet er hoe dan ook omkeer gemaakt worden. Het wordt er niet echt makkelijker op.
Om acht uur staan we aan de voet van de klim en racen we omhoog. Ik draai wat soepeler dan Dave, wacht nog een paar keer op hem, maar ga uiteindelijk toch mijn eigen weg. Onderweg spreek ik met een aantal afdalers die me vertellen dat er afgelopen nacht nog verschillende bedden vrij waren in hun dormitory. Fijn.
Het weer is perfect en de uitzichten zijn grotesk. Meerdere duizenden meters naar beneden met een dun laagje wolken en tussen, het is prachtig. Rond half elf arriveer ik bij het base camp waar een grote groep afdalers nog rustig aan ontbijt zit, en een twintigtal minuten later is Dave ook daar. Hij is bekaf, en de hoogte speelt hem al behoorlijk parten. De resterende 700 meter klimmen en de muur die daarbij getraverseerd moet worden lijken hem dusdanige obstakels dat hij besluit in base camp achter te blijven. Samen met de gids ga ik dus verder.
Een hek door dat op slot gaat, en we zitten in de kooi naar de top. Door een paar lastige richels en dan langs een touw zwoegen over een geleidelijk stijgende rotsmuur. We zijn inmiddels al bijna op 4000 meter en we bewegen als in de herhaling van een spannende actie op tv. Langzaam, stapje bij beetje gaat het vooruit. Een paar honderd meter verder staat een paal die door de optrekende wolken vooruit doemt. Een perfecte marker, maar het duurt een eeuwigheid voordat we er eindelijk zijn.
Dan gaat het een stukje makkelijk. Bijna plat, met om ons heen een veelvoud aan pieken. Donkey Ears, The Ugly Sister en de Abdul Rachmad. Maar er is er maar een belangrijk en dat is Low's Peak, met 4095 meter (en groeiend) hoger dan de rest. Het laatste beetje is afzien. Klauteren over rotsen naar een top, waarbij een keer te hard trekken je duizelend en met hoofdpijn achter laat. Maar dan eindelijk, enkele minuten na een, berijken we dan toch de top. Een prachtig uitzicht, genieten, en als ik me niet vergis, een van de eerste bergen die ik niet met twee wielen onder me beklommen heb.
Naar beneden over de rotsvlakte is heerlijk. Het voelt alsof ik rondloop op het dak van de wereld. Prachtig.
Dave zit met peperdure koffie op ons te wachten, en ik drink een beker nog onbetaalbaardere energie drank. Grappig dat de waarde van geld relatief is aan hoeveel honger of dorst je hebt.
Honger heb ik niet echt, en ik kijk uit naar een late lunch in het restaurant bij de ingang. Afdalen dus maar. Dat blijkt echter vies tegen te vallen; het eerste uur maak ik flinke vooruitgang, maar dan beginnen mijn knieën en spieren toch echt te protesteren, en wordt iedere trede een martelgang. Uiteindelijk is het dus al half zes geweest wanneer ik eindelijk aankom bij Timpahon Gate, en geniet ik van de laatste stappen omhoog. Dat lukt nog wel, alles zolang ik maar niet meer hoef af te dalen.
Bij dat hek hangen de uitslagen van de Mt Kinabalu climbaton van afgelopen jaar. Opklimmen en afdalen, met een snelste tijd van onder de drie uur. Bij aanvang was dat slechts een nummertje, maar wanneer ik dat nu weer zie snap ik er helemaal niets van. Binnen een dergelijke tijd deze berg beklimmen en afdalen is gewoon helemaal gestoord. Ik noteer voor mijzelf, negen uur, tweeendertig minuten en ik ben gesloopt.
Mijn maaltijd in het restaurant staat voor me klaar, maar ik ben nog niet uitgegeten of het licht gaat uit, en langzaam strompel ik naar het resthouse. Zelfs de koude douche is voor mijn lichaam te veel en trillend val ik op mijn bed.