Het voornemen
Niet lang na zonsopgang sta ik al naast mijn tent om een prachtig uitzicht op Mt Kinabalu waar te nemen. Daar wil ik op! Ik had me gister niet gerealiseerd dat ik mezelf op een dergelijk mooie plek had neergezet.
Ontbijt met nasi goreng en dan op de trappers. De helling ligt me wat beter dan gister, niet zo warm en ik schiet wat meer op. Door een wat groter dorp even verderop waar ik waarschijnlijk zonder problemen een resthouse had kunnen vinden, en dan op en neer, totdat ik ineens voor de ingang van Kinabalu Park sta.
Toch maar even polshoogte nemen en kijken of ik daar vandaag nog naar boven kan klimmen. Het lijkt goed te komen, maar wanneer ik buiten al vliegensvlug een rugzak in orde aan het maken ben, komt de receptioniste me tegemoet met de mededeling dat ik toch niet mee mag; er is geen accommodatie meer voorhanden en overnachten in mijn tent of de buitenlucht is out of the question, net zoals slapen op de vloer.
Ze vertelt me echter wel dat als ik morgen wil klimmen, ze me bovenaan de wachtlijst kan zetten (right), en ik dan zo goed als zeker mee kan. Ik wacht dus maar af, goed bij eten in het smakelijke restaurant aan de andere kant van de weg en een guesthouse zoeken.
Wanneer ik klaar ben voor een wandelingetje door het park, met hopelijk een paar leuke sights waar ik mijn nieuwe camera lens kan testen, loop ik Jola tegen het lijf, die net van de top af is komen dalen. Helemaal onder de indruk, maar wel koud; na haar verhalen wil ik alleen nog maar liever omhoog.
Ik wandel door het park, val verschillende keren de dames bij de receptie lastig om te vragen of er echt nog geen plek voorhanden is, en ontmoet dan Dave, die in dezelfde situatie als ik zit, maar via connecties heeft kunnen regelen dat hij ergens op de grond kan slapen. Bij de receptie wordt dat natuurlijk glashard ontkend, slapen op de grond mag niet, en ik ben een nobody zonder netwerk, dus jammer voor mij. Lekker is dat.
Ik eet met Dave en klets een groot deel van de avond weg met Jola, maar ga desondanks niet al te laat naar bed, want ik ben vastbesloten morgen te gaan klimmen, en daarvoor heb ik mijn rust nodig.