Zweten of verzuipen
Door afscheid nemen en geneuzel met de bank (kaartjes weer eens geblokkeerd, vraag me af wat ze nu weer eens verzonnen hebben) vertrek ik pas tegen een uur of elf, waar acht uur het plan was.
Kota Kinabalu uit gaat vlot, over vlak en met een rugwindje, terwijl het verkeer om me heen me vrolijk aanmoedigt. Langs de kust en dan de jungle in.
Het kost enig zoeken op het dropje Tamparuli te vinden, maar wanneer ik er ben weet ik het ook. De weg gaat bijna recht omhoog, en hier moet dus geklommen worden. Gelukkig heb ik net een lekkere lunch van nasi ajam en een een kokosnoot achter de kiezen zitten, maar de zinderende hitte van het midaguur en de hoge luchtvochtigheid spelen me parten; als een slak kruip ik omhoog, met iedere paar kilometer pauzeren in de schaduw en water drinken als een vergiet, via de mond naar binnen, maar binnen seconden al weer borrelend op mijn huid.
Met dit tempo haal ik Kinabalu Park niet, alhoewel ik wel omhoog kom en op plaatsen van prachtige uitzichten over het uitgestrekte groen kan genieten. Niet dat ik daar veel puf voor heb, maar het is er wel.
Uiteindelijk kom ik tegen zonsondergang in een kleine kampung uit, een resthouse is er niet, maar kamperen is ok, en zo sta ik dus even later naast het lokale eethuisje. Niet verwacht dat ik mijn eerste nacht hier in de tent zou eindigen.