Tolung buka jendela
Naar het vliegveld gaat vrij soepel, toch handig dat mijn fiets daar alvast is. Geen gezeul met een zware doos, enkel een paar tassen onder de arm, taxi aanhouden en wegwezen.
Netjes op tijd op he vliegveld en meteen een serie angstig vragende ogen die allemaal lezen 'daar komt een probleem aan' wanneer ik met fiets en bagage verschijn. De man van MAS die mijn fiets een nachtje in zijn kantoor liet overnachten is er ook en dat helpt, evenals mijn business class ticket. Moet toch nog extra betalen, voor een drager die mijn fiets naar het vliegveld gaat brengen, omdat het gevaarte niet op de lopende band past, maar verder, geen problemen. Een paar kilo overgewicht, maar die worden netjes, zoals beloofd, niet aangerekend. Toch ook wel een complimentje voor mijzelf, want ik heb mijn check-in gewicht terug weten te brengen tot slechts 33 kilo.
De douaneman doet even lastig wanneer hij zit dat ik via de boot in Keelung ben aangekomen, bladert mijn pas drie keer door om vervolgens te vragen of ik zeeman ben. Dat ben ik niet, dus dan is het goed, maar die eikel zet mijn exit stempel op een totaal willekeurige plek in mijn pas waardoor de orde die ik de afgelopen maanden zo lastig heb weten aan te brengen weer veranderd in een zooitje.
Business class wil zeggen extra's en ik ben eigenlijk wel benieuwd wat dat inhoudt. Op naar de business class lounge dus. Aldaar zit een gigantische groep mensen asociaal te schrokken en te schransen; het business class ontbijt. Lekker is het wel, maar dat de mensen om me heen zich zo onfatsoenlijk zouden gedragen gaat toch en beetje tegen mijn aanvankelijke idee van onaantastbare directeurs in nette pakken in.
Ook mag ik als eerste in het vliegtuig instappen en wordt ik, samen met drie of vier anderen naar een speciale zitplek geleid. Vanaf dat moment is het eigenlijk een constante opeenstapeling van overvriendelijke stewards die je maar lastig blijven vallen om het je zo plezant mogelijk te maken. Nu een krant, dan het menu van de dag, een glas fruitsap, thee, water, drie gangen ontbijt met echte borden en bestek en luxe jam, meer thee en fruitsap en teleurgestelde gezichten wanneer ik aangeef dat ik om half negen 's ochtends toch echt nog niet op een alcoholische versnapering zit te wachten, of dat nou champagne is of niet. Een leuk circus dus.
Ondertussen probeer ik wat Indonesisch op te pikken uit mijn phrasebook. 'Tolung buka jendala?' Kunt u misschien het raam open zetten? Net wat je nodig hebt in het vliegtuig..
Maleisië in is geen probleem, even als de douane controle (wat zit er in die doos? een fiets. okee, loop maar door), en met een mooie groep toeschouwers bouw ik mijn fiets weer in elkaar terwijl het zweet van mijn hoofd gutst. Toch wel warm hier.
Wanneer alles helemaal in orde is en in mijn Taiwanese Dollars heb omgewisseld voor hun Maleisische equivalent zet ik koers naar de weg om er achter te komen dat hier links gereden wordt. Verrassing!
Aanpassen kost me na maanden Japan echter eigenlijk geen moeite, en binnen de kortste keren ben ik Kota Kinabalu. Meteen naar de Indonesische consulaat, dan is dat vast geregeld, en terwijl ik onder een boom in de schaduw wacht totdat de lunchpauze voorbij is, verwonder ik me over hoe bekend het hier allemaal aanvoelt. De drukkend warme lucht, die aparte sigarettenlucht, de geur van het eten, de sfeer, en natuurlijk ook met Malay, wat praktisch hetzelfde is als het Indonesisch. Kabar baik!
Een visum kan het consulaat me niet verstrekken, daarvoor moet ik naar afdeling in Tawau, bij de Indonesische grens. Precies mijn doel, en daar schijnt ook alles in een middag geregeld te zijn, dus dat klinkt goed. Ik ben ik KK dus verder vrij om te doen wat ik wil.
Ik zet dus koers naar Lights' Backpackers, gerund door Couchsurfer Alex. Hij is zoals altijd druk bezig voor een paar reizigers een route in elkaar te knopen, maar wanneer hij daarmee klaar is heeft hij wel tijd voor een praatje. Goed voor mij, want dan kan ik onder de fan even bijkomen van de hitte buiten.
Wanneer het wat koeler is ga ik op kaartenjacht, en vertrek later met de Maleisische John naar de pasar malam, als ik vooraf beloof een stukje durian te proeven. Erg creamy super vullend en met een moeilijk te definiëren smaak die iedere keer anders is. Het eerste stukje smaakt naar een combinatie van rotte uien en knoflook, terwijl de twee stukjes die ik daarna, meer uit beleefdheid, ook nog naar binnenwerk, een zoetige smaak hebben die een stuk aangenamer is. Maar of dit nou precies iets is wat ik lekker vind, nee, dat denk ik toch niet.
Met een volledig verzadigd gevoel van de durian in mijn maag snuif ik op de nachtmarkt de bekende geuren van thuis in de Indonesische toko op. Heerlijk. Ik heb geen trek, maar ik kan het niet laten, en moet dus echt een paar dingetjes proberen. De marktvrouw vindt het prachtig om me zo te zien smullen en glundert nog meer wanneer ik haar vertel dat ik sommige van haar maaltijden thuis ook maak.