De tropische theeberg
Even na vertrek passeer ik inderdaad de Kreeftskeerkring. In een land zo vol van monumenten voor de kleinste en meest onbenullige zaken is dat echter geen reden tot feest. Niets, maar dan ook niets, symboliseert deze plek, terwijl ik me vanaf nu toch echt officieel in de Tropen begeef.
Ik daal af een prachtige vallei in, thuishaven voor weer een andere inheemse bevolkingsgroep (maar dat geldt bijna overal in de binnenlanden wel), en in zijn geheel uitgeroepen tot cultureel erfgoed lijkt wel. Overal staan paviljoen langs de weg, veelal gefabriceerd van mooie houten constructies met een dak van stro. Deze bouwsels, zo leer ik later, drukken gastvrijheid en gemeenschappelijkheid uit.
De weg heeft sterk te leiden gehad onder een veelvoud van aardverschuivingen en wegverzakkingen, maar die zijn hier gelukkig overal gerepareerd, en iedere paar kilometer begeef ik me weer over een strookje beton. Curieus is dat ik onderweg een ambulance voorbij zie rijden, die voorzien is van een reclame boodschap voor de 7-Eleven, en nog aparter is dat de dichtstbijzijnde vestiging van deze supermarkt minimaal 50 kilometer verder op ligt, dus wat het idee daar precies achter is ontgaat me een beetje.
Over de theeberg (Chaishan) heen laat ik de laatste echte klimmen achter, en begint de min of meer afdaling naar Kaohsiung, hier en daar voorzien van een aantal pukkels.
In het stadje Jiashian stop ik voor een broodnodige pauze, en word ik door een voorbijganger gevraagd of ik het lokale beroemde ijs al geproefd heb. Aldus neemt hij me mee naar een bakkerij annex ijssalon, waar hij me trakteert op de lokale specialiteit; ijs met daarin stukjes van een of andere lokaal groeiende wortel. Best aardig.
De eigenaar van de ijssalon heeft me echter meer te vertellen; als ik wil kan ik namelijk volgens hem wel het stadspark even verderop in, mocht ik opzoek zijn naar een kampeerplek voor vanavond. Ideaal lijkt hem, want er zijn hier zoveel lekkere restaurantjes en eettentjes, dat ik dan vanavond gewoon weer kan langskomen.
Aanvankelijk ben ik wat sceptisch, maar het park is best een lekker plekje, en ik besluit dan ook het laatste uur daglicht te laten voor wat het is, en lekker rustig aan vast mijn tent in de grond te prikken.