Zon, maan en veel sterren
Ook 's ochtends blijft het regenen. Hoor twee boeren voor mijn tent met elkaar discussiëren over mijn aanwezigheid, maar ze besluiten dat het geen probleem is, en ik wacht tot het droog wordt.
Rond het middaguur is het eindelijk zo ver, en wordt het tijd om in te pakken. Door dampende velden, en met een vriendelijke en ondeugende glimlach in de ogen van een oud vrouwtje langs de weg, begin ik aan mijn klim terug naar de doorgaande weg. Ook hier weer aanmoedigingen te over, alhoewel het bekende 'jei-jo' hier vaak vervangen wordt door 'lawai!' (buitenlander!).
Het vrouwtje dat me gister een heerlijke flesje suikerrietsap verkocht is vandaag helaas afwezig, maar in plaats daarvan biedt een voorbijganger me een aantal Taiwanese appels aan. Een rare vrucht met een apart smaakje.
Snel van de berg af naar beneden, zoef, en naar het middelpunt van Taiwan. Cartografisch dan, want vanaf de 550 meter hoge bult net buiten Puli werden vanaf Japanse tijden de kaarten van het eiland gemaakt.
Door een apart landschap van suikerriet in aanplant, en sagopalmen klim ik langzaam naar boven. Het Sun Moon Lake waar ik naar toe ga blijkt een stuwmeer te zijn, dus klimmen en zweten en wanneer ik eindelijk arriveer, grillige kusten.
De jeugdherberg aan het meer is een paleisje en in een prachtige kamer laat ik snel mijn spullen achter om aan te schuiven aan het diner in de eetzaal. Nog een sluiertje Nieuw Jaar, vandaag is de laatste dag van de vakantie, dus een mooi maal van verschillende dissen die ik met bakken rijst naar binnen schrok. Ik heb trek.