Iriomote Cross-Island Hike
Het pad van de cross island hike is wel mooi, maar echt iets missen door het niet te lopen doe ik niet. Dat is mijn gevoel. Met zonsopgang wakker, nog eens over gedacht, en nee, ik draai me lekker nog een keer om.
Tot ik twee uur later weer wakker word en zie dat het prachtig weer is. Eigenlijk wil ik toch wel graag, ondanks dat ik de officiële bureaucratische details nog niet doorstaan heb. Maar, wie maakt dat eigenlijk wat uit? Gewoon niet verdwalen dus.
Waterfles in de rugzak, camera om, kompas in zak met een aansteker tegen eventuele bloedzuigers erbij, fluitje voor noodgevallen en natuurlijk een zakmes. Komt wel goed. Het is kwart over tien en ik vertrek.
Glibberen over onzichtbare gladde stenen, proberen ongeschonden over bruin stinkende stroompje, modderpoelen of woest kolkende rivieren te komen (en dat is moeilijk, met al die gladde stenen), langs touwen verticale rotswanden op en af, spoorzoeken door omgewaaid bos, constant hoofd schaven of stoten tegen laaghangende takken, onder stammen door of er overheen (flinke kras op camera body, oei, zonde), langs touwen door het water stampen (want daar loopt het pad nou eenmaal), kort om, niet zomaar een wandelingetje door Iriomote park. Hier moet je inderdaad niet verdwalen, en als je op je bek gaat of erger, heb je hier ook echt een probleem.
Kwart voor drie zegt de klok als ik eindelijk paalje 1 aan de andere kant van pad bereik. Vier en half uur later, en nauwelijks meer dan tien kilometer afgelegd. En dan te bedenken dat ik precies in het midden alleen maar even een kwartiertje ben gestopt voor een snelle lunch. Afgepeigerd.
Daarnaast heb ik onderweg nauwelijks kunnen genieten van waar ik nou precies was. Waar, prachtig door de jungle, maar het (overigens goed onderhouden) pad is zo verraderlijk, langs afgronden, gladde stenen en gemeen uitstekende boomwortels, dat de enige plek waar je je blik op houdt, de grond is. Waar staat mijn volgende stap?
De watervallen aan het einde zijn wel leuk, maar echt bijzonder ook weer niet. Confucius doet weer eens van zich spreken. Nog een uur loop ik, nu wel op tempo en langs een 'echt' pad door langs de rivier, op naar het aanlegpunt van het bootje dat toeristen in hun behoefte naar zien van wit razend vocht bediend.
Om vijf uur sta ik aan de andere kust, de laatste bus reeds vertrokken. Een uitgestoken duim werkt echter goed, en met vier keer wisselen tussen allerlei vriendelijke bewoners en huurauto's sta ik uiteindelijk weer in Ohara.
In de lokale buurtsuper regel ik wat te eten en een mooie bus bier, en begin dan de onmogelijke opgaaf mijn tent nog te bereiken. De jungle om me heen begint te schemeren en veranderd in een donker hol, waar glimwormen me de stuipen op het lijf jagen. Met hoofdlamp op kom ik nog een heel eind, maar ik schijt letterlijk in mijn broek van angst, en houd het voor gezien op de eerste etage van een obseervatiepost, slechts twee kilometer verwijderd van mijn veilig heenkomen. Maar verder dan hier ga ik gewoon niet meer.
Was al enigszins op een dergelijke gebeurtenis voorbereid, dus slaapzakje heeft de hele dag al op mijn rug doorgebracht en komt nu dus van pas. Op de betonnen ondergrond drink ik mijn bier, geniet van een muziekje en probeer ik het Zuiderkruis in het oneindige sterrenlandschap boven me te traceren.