Een bezoekje aan de dokter
De grote dag is aangebroken, vandaag mag ik op bezoek bij het Ryukyu University Hospital voor hopelijk een paar anti-malaria pilletjes! Door de ochtendspits zweet ik me dus over een aantal ontiegelijke heuvels naar boven toe, langs het kasteel van Naha, de monorail en een heleboel verkeer. Verder en verder, en nog veel verder dan ik aanvankelijk had gedacht, maar desondanks kom ik, zij het enigszins bezweet, toch nog netjes op tijd bij het ziekenhuis aan.
Aki, de dame van de farmaceutische associatie op Okinawa die me geholpen heeft bij het regelen van de afspraak, had me verteld dat mijn afspraak buiten het systeem om zou gaan; ik ben dan ook enigszins verrast wanneer de doktersassistentes van Interne Geneeskunde me alsnog terug naar de balie verwijzen. Ga eerst maar een ponskaartje regelen.
Dit proces neemt de nodige tijd in beslag, zoveel zelfs dat het geduld van dokter Tatayama, een zeer geschikte vent, op begint te raken, en gefrustreerd vraagt of ze daar bij de receptie nou eindelijk eens kunnen opschieten. Maar al het dan, bijna een uur later, allemaal geregeld is, is er ook geen wolkje meer aan de hemel.
Dokter Tatayama spreekt wel Engels, maar is er aanvankelijk een beetje verlegen in, en acht klaarblijkelijk zijn niveau veel te laag om me een woordelijk consult te geven. Totaal onterecht kom ik later achter, maar vooralsnog mag ik een aantal in het Engels uitgeprinte documenten doornemen over de anti-malaria pilletjes die ik in Maleisië en Indonesië ga slikken. Niets verrassends daarin, het spul is pure rotzooi en zou een paar vervelende bijwerkingen kunnen hebben, maar dat wist ik eigenlijk allemaal al. Enige wat jammer is, is dat ze hier volgens de Amerikaanse manier voorschrijven, hetgeen wil zeggen dat ik in totaal twee tabletten extra moet slikken, tabletten waarvan ik er later achterkom dat ze ongeveer 10 dollar per stuk kosten..
We beginnen daarna wat te praten, want hij heeft helemaal geen haast met de volgende patiënt. Lekker rustig aan. Over hoe het medisch onderwijs in Japan in elkaar zit (verrassend gelijk aan de opleiding in Nederland), en over hoe belachelijk veel co-assistenten hier betaald worden (bijna evenveel als hemzelf, en hij is nota bene assistent-professor; zeker een groot verschil met thuis waar we niks krijgen, maar dit is misschien ook weer een beetje te veel van het goede}.
Hij regelt daarna een co die me rondleid over de campus en me in de bibliotheek achterlaat. Ook hier zoals thuis bijna, zelfde sfeer, zelfde geur, zelfde boekenkast indeling, bijna dezelfde titels (maar dan in het Japans ipv het Nederlands), en zelfde netjes studerende studenten. Snel duik ik de anatomie afdeling in, want van Esther (die tegenwoordig doceert in Maastricht) begreep ik dat anatomie onderwijs in Japan een nogal aparte ervaring is. Maar ook hier, meer van hetzelfde, een Sobotta, een Grant's, een Netter. Enige juweeltje is een groot dik geïllustreerd boek van bijna honderd jaar oud, waarin een anatoom zijn empirisch onderzoek naar de variaties in het vaatsysteem van de Japanner toelicht en tentoonspreidt.
De weg terug is een stuk eenvoudiger dan die heen, wanneer ik er achter kom dat ik ook gewoon om de heuvels de me eerst zo ophielden heen kan rijden. Tsja.
Ik verdwijn voor een aantal uurtjes in een internetcafe, waar ik mijn fotoarchief bijwerk, en daarnaast het belangrijke vliegticket van Taiwan naar Maleisië regel. Heeft allemaal de nodige voeten in de aarde, want het wil allemaal niet, maar uiteindelijk komt het toch allemaal goed.
Buiten staat Jeff al op te wachten, en hij wacht nog wat langer wanneer ik twee straten verder besluit hetzelfde. Gelukkig duurt het niet lang voor ik me mijn fout realiseer, en treffen we elkaar alsnog.
Jeff, couchsurfer en schrijver woonachtig even buiten Naha, had me aanvankelijk uitgenodigd bij hem langs te komen, maar omdat het de afgelopen dagen in mijn hoofd een beetje een rommeltje was, en ik bijna ieder uur mijn plan veranderde, besloot ik daar maar even van af te zien. Nu dus alsnog een ontmoeting en samen een hapje eten.
We hebben een gezellige avond in een klein restaurantje ('altijd naar binnen gaan daar waar de mooiste meisjes staan te flyeren'), lekker eten, rijst gekleurd met inktvisinkt, een pasteitje met een rauw ei, en nog een serie andere typische Okinawaanse gerechten. Helemaal terecht, want Jeff is meer dan gepassioneerd over 'zijn' eiland, waar hij momenteel ook over schrijft. Daarnaast heeft hij ook erg veel over het mooie duiken in de omgeving te melden.
De avond krijgt een aparte wending wanneer de eigenaar op een gegeven moment zijn Okinawaanse gitaar (een soort van drie-snarige banjo met een vel van slangenleer) inplugd, en vergezeld door een van de obers op een groot drumstel een voorstelling weggeeft. Interessant, maar helaas net een beetje te veel volume, dus van praten komt niet veel meer. Na de eerste set houden we het dus maar voor gezien en vertrekken we naar buiten.