Haa-loo!
Tijdens een wandelingetje door de stad kom ik weer eens op de markt terecht. Een leuk gebied, dat ondergebracht is onder een oude overkapping en daardoor een beetje het gevoel van een Miidden-Oosterse souk heeft. De mensen houden hier nog echt van de markt viel me een aantal dagen geleden al op, en alhoewel er bij de ingang nog behoorlijk wat toeristische prullaria verkocht worden, wordt dat dieper het complex in hoe langer hoe minder.
In de vleeshal lijkt de lokale delicatesse voornamelijk uit varkenshoofdvlees te bestaan, dat ontdaan van skelet en ingewanden meestal in nette vacuumzakjes te koop wordt aangeboden. Dergelijke koppen heb ik eerder al regelmatig voorbij zien komen, en behalve geamuseerd door een met zonnebril versierd exemplaar, ben ik niet al te zeer onder de indruk.
Dat is op de visafdeling wel anders. De hele tropische zee om het eiland is ineens boven de oppervlakte te zien, en alle kleuren van de regenboog spatten van de kramen af. Knalblauwe vissen (die er nou niet per direct smaakverhogend uitzien), gigantische kreeften met roze en paarse voelsprieten en een pletora aan reusachtige schelpen en oesters met inhoud. Hoe die precies verorberd dienen te worden en wat voor smaak ze met zich meedragen blijft me een raadsel, maar ook een uitdaging. Wie weet dat ik van een dergelijke culinaire escapade op Ishigaki een vorkje kan meeprikken.
Op een speelplaats van een kleuterschool is het een drukte van belang. Speelkwartier, dus twintig kids op vijf vierkante meter die driftig met elkaar schreeuwen en tikkertje spelen, met op uit de speakers er boven een klassiek stuk Japanse muziek. Een sterk contrast. Een van de kleuters ziet me voorbij lopen en loopt met een stralend gezicht met twinkelende ogen naar het hek toe. 'Haa-loo!' spreekt ze me trots toe.