Vluchten naar Naha
Die morgen verander ik mijn plan ruim drie keer. Ik ben niet tevreden met het eiland, het is koud en kut weer. Ik wilde een rondje langs de uitgestorven noordelijke kaap maken, maar kan de energie er niet voor opbrengen. Enigszins tegenstrijdig dat wel, want ik naar mijn idee is het eiland ook te druk en te veel met uitlaatgassen bestookt; dit zou dus juist de plek kunnen zijn waar ik het beter naar mijn zin zou hebben.
Maar de kaap daar ga ik dus niet heen, een groep eilandjes in het oosten misschien wel, maar ook daarvan bedenk ik me. Door de heuvels en langs een stuwmeer rijd ik dus, en aanschouw een zondags potje honkbal. Vriendelijkheid alom weer, zeker als duidelijk is dat ik een Oranda-jin ben, en halve conversaties en aanboden tot koffie volgen.
Het blijft echter druk, de stadjes langs de kust ogen depressief, grauw beton, lege panden, levenloos onder een betrokken lucht. De Amerikaanse bases ervaar ik ook, het stikt er van, grote enclaves van Amerika in het buitenland, met bijbehorende winkelketens, maar dan wel achter het hek, en voor de gewone sterveling onbereikbaar. Clubjes motorrijders op Harley Davidson en bijbehorende leren jasjes met emblemen, doeken over het hoofd geknoopt en een half gemene blik stuiven voorbij. Als tourist ben je hier weer anoniem tussen het vele wit met een negatieve lading.
Realiseer me dat ik mezelf er ook niet echt voor inspan om mijn aanvankelijke negatieve eerste indruk om te zeten in iets positievers door over de grote drukke wegen en door de vele bebouwde plekken en steden te rijden, maar dat interesseert me nu even niet; naar Naha, en dan zo snel mogelijk pleitte richting ver weg Ishigaki en Iriomote.
Aan het einde van de middag als het al donker begint te worden arriveer ik eindelijk in Naha. Waar precies heen weet ik niet, maar zet koers richting Kukasai dori, de hoofdstraat in het centrum, waar alles gebeurt en een overnachtingsplek te vinden moet zijn. Tenminste aldus een aantal andere reizigers en een fietser die ik eerder vandaag tegen kwam.
Eenmaal in de drukke winkelstraat, die ik eigenlijk best wel zie zitten, besef ik de waanzin waarin ik me begeef. Op zoek naar een kleine zijstraat waar ergens een guesthouse met de naam 'Coco Shanti' zou moeten zitten, tussen een grote mensen massa door die waarschijnlijk nog nooit van die plek gehoord heeft. En dat terwijl ik al weken een flyer met adresgegevens van een ander guesthouse, Base Okinawa, in mijn achterzak heb zitten, dat ik vanwege het principe dat er te veel voor geadverteerd word zou overslaan, terwijl ik zeker een zeer welkome helpende hand toegereikt zal krijgen van de eigenaar die ik Beppu tegen kwam.
Op naar Base Okinawa dus. Een vriendelijke dame wijst me de weg, en via een hotel weet ik ook nog een stadsplattegrond te bemachtigen en sta ik vijf minuten later op de stoep. Een perfect plekje, rustig maar toch ook centraal, heerlijke kamers, een goede sfeer, internet aansluiting en mooie keuken. Ik voel me stom dat ik na zo lang onderweg af en toe nog steeds door dergelijke domme principes bijna weer een perfect onderkomen gemist heb.