Rustig aan op Tokunoshima
Ik word gewekt door een oudere dame die vruchtjes van de struiken om me heen komt plukken. Geen probleem dat ik daar zo achter de stierencirkel kampeer, lekker rustig aan, dus ik lees nog wat.
Het zonnetje schijnt lekker en ik ga langzaam aan op weg. Verder langs de kust. Op weg naar de hoofdplaats kom ik langs een tempel die geheel is toegewijd aan de sumo stieren. Glimmende beelden van stier plus boer, en prachtige pilaren versierd met religieuze draken, fiere ridders en natuurlijk ook weer boer en stier.
Na een bezoek aan de lokale bibliotheek zet ik loom mijn weg voort. De grote suikerfabriek van het eiland doet zich tonen, en bij het hek staar ik lui naar binnen om eens te bekijken hoe de eerste stappen in de raffinage van rietsuiker nou precies in zijn werk gaan. Vrachtwagens komen af en aan, worden gewogen. Een graafmachine met een grote pincetkop neemt samples uit de lading, de kwaliteit wordt bepaald, de lading gedumpt en dan is het de beurt aan de volgende.
Tijdens dit alles wordt ik aangesproken door een van de medewerkers. Als ik wil kan ik wel een rondleiding krijgen, maakt hij me duidelijk. Graag natuurlijk. Hij vraagt zijn baas of hij me het complex mag laten zien, maar helaas meent die dat het op dit moment te druk is, nu niet dus. Jammer, maar nummer twee heeft me inmiddels alweer gevonden en begint een verhaal over dat hij vorig jaar in Nieuw Zeeland op vakantie is geweest (tenminste dat denk ik, eerlijk gezegd kan ik van al hetgeen hij me zo enthousiast probeert over te dragen niet al te veel chocola maken)
Ik ga dus maar weer verder en duik even verder een klein supermarktje in. Nog voor ik goed en wel binnen sta krijg ik een sinaasappel in mijn handen geduwd; hier, deze is voor jou. De rest van mijn aankopen wordt ook behoorlijk door de in de winkel aanwezigen bepaald; opa meent dat ik per se de in palmbladeren gehulde moshi uitproberen, en een vraag naar de lokale sochu (de lokale sterke drank; van de ab af, dus ik mag weer), levert een heerlijke fles op voor een schappelijk prijsje.
Voor vertrek krijg ik ook nog een mooie fles ice-tea aangeboden, en sta dan nog ruim een half uur te kletsen met een van de klanten (die vorige week nog een goede vriend uit Nederland op bezoek heeft gehad) en de eigenaar te kletsen. Gedurende die tijd wijden ze me in in alle mooie plekjes die het eiland te bieden heeft (wanneer ik aangeef dat dat er zoveel zijn dat het vandaag waarschijnlijk niet meer lukt oom die allemaal te gaan zien, bieden ze me terstond aan om me dan maar rond te rijden achter in hun jeep), en word eveneens uitgebreid voorgelicht over al het lekkers dat men met het op het eiland groeiende suikerriet kan doen (inclusief het proeven en in ontvangst nemen van de nodige samples natuurlijk). Prachtig.
Uiteindelijk weet ik me toch los te rukken, en ga een wel erg hoogmoedig plan aan om toch nog een behoorlijk aantal plaatsen te bezoeken, en middels morgen ochtend om zes uur op te staan toch nog op tijd te zijn voor de ferry naar Motobu, Okinawa.
Dit loopt natuurlijk allemaal anders, nadat ik aan de andere kant van het eiland een niet al te imposante raamvormige koraalrots formatie bezocht heb, slaat het weer om, en bevind ik me ineens in het donker met veel wind en een gigantische regenbui. Ik kleed me om, en rijd uiteindelijk maar gewoon dezelfde weg terug, de andere plaatsen die ik wilde bezoeken negerend.
Uiteindelijk weet ik in het pikkedonker en half in een dorpje iets te vinden dat me aan een veldje doet denken, en ondanks de behoorlijke wind slaag ik er in mijn tent er neer te prikken.