Kaap Sata, het zuidelijkste puntje van Japan!
Helaas laat mijn wekker het weer eens afweten op het moment dat ik hem nodig heb, en ruim drie kwartier later dan ik gepland had ontwaakt ik. Vervelend, want de timing is hier cruciaal. Ik wil Kaap Sata zien, maar officieel is deze voor fietsverkeer gesloten. Van Andrew weet ik dat het hek en kaartjes kantoor om acht uur open gaat, dus mijn missie is om dit station voor die tijd te passeren, de kaap te aanschouwen en weer te verdwijnen. Zes uur was het plan, nu dus al kwart voor zeven.
Ik schiet in mijn fietskleren, spring op het zadel, broodje in achterzak en camera's aan het stuur. Een stijle helling op die ik al verwacht had, maar des te lastiger wanneer je haast hebt. Door een junglebos sjees ik naar beneden, langs palmen en tropische varens, op naar het controlepoortje. Daar staat inmiddels al iemand op toegang te wachten. Ik groet hem, en zonder op een reaktie te wachten til ik fiets en mijzel over het hek en ga er vandoor.
Troepen apen op de straat die krijsend de berm en bomen inschieten wanneer ze mijn gestalte zien verschijnen, een klif en de befaamde vuurtoren over links, een donkere tunnel door, en voila, Kaap Sata, het zuidelijkste puntje van het vasteland van Japan. 30 september stond ik in het uiterste noorden, Kaap Soja, nu, bijna vier maanden en ongeveer 4000 kilometer verder, dus hier. En daarnaast nog juist op tijd voor de zonsopgang.
Ik geniet een half uurtje van het bereikte doel, geef mezelf een schouderklopje, schiet een paar foto's (de apen zijn me helaas steeds net te snel af, toch maar een telelens aanschaffen?), en ga er weer snel vandoor. Er heeft zich nog een andere wachter gemeld, ik til mijn fiets terug, klets even met de twee, ze feliciteren me, en minuten later verschijnen langs de weg de kaartverkopers en opzichters die de weg voor vandaag zullen open stellen. Net op tijd.
Terug bij de tent rustig ontbijten en het kamp opbreken. Zelfde weg terug, gaat zoals verwacht net een stapje makkelijker, grappig hoe dat werkt als je al weet wat je kunt verwachten.In het eerst volgede eche dorpje wil ik een ferry naar de overkant nemen, maar voor vandaag is de middagboot geschrapt. Jammer, maar ik ga dus niet ruim drie uur op de volgende optie wachten, ten eerste haal ik Kagoshima dan niet voor vanavond, en ten tweede fiets ik er in die tijd al bijna zelf heen.
Nog meer van hetzelfde dus; exact dezelfde weg als gister, terug naar Teramizu. Ik kom er achter dat van noord naa zuid toch interessanter is, en sla dan af voor de weinige unieke kilometers van de dag. Langs Sukurajima, wederom in de wolken, maar minder dan de vorige keer. Grote blokken lava langs de weg en vreemde inhammen en natuurlijke haventjes, stomende stenen rond de top, een interessant gezicht.
Met de ferry de laatste paar kilometers het centrum van Kagoshima in, en op naar het huis van Sophie, een vriendin van Robin. Een interessante meid die ook haar deel van de wereld gezien heeft, en eerder in Frankrijk, de Cook Islands en Nieuw Zeeland woonde. Meteen schuift ze me een maal van gevulde gebakken noodles voor, want het duurt nog even voor we aan tafel gaan.
Robin blijkt zelf vanavond echter verhinderd, maar andere vriendin Emily is er wel. Restaurant was een optie, maar uiteindelijk beland ik toch zelf in de keuken en bereid een lekkere carbonara. Feestje bij een stel andere JETs staat op het programma, eentje die met Kerst een voorraad Franse wijn en kaas heeft geimporteerd, maar bij Sophie thuis is het ook erg gezellig, en zodra we eindelijk arriveren is het grootste deel van een maal van Europeese cultuur al verdwenen.