Een dag van extremen
Na ontbijt weet ik een stuk metaal van ongeveer een centimeter uit mijn band te toveren. Echt lek dus, maar het kost me wel de nodige moeite een en ander te verwijderen. Over de vraag hoe dit ooit in mijn band terecht is gekomen denk ik niet eens na, dat hij het weer doet is het belangrijkste.
Ik vind mijn weg terug naar de hoofdstraat, en begeef me dan langs een netwerk van kleine weggetjes de berg op. Prachtig. Het schiet lekker op, dus ik besluit tot een kleine omweg langs een berg meertje, aangezien daar het grootste waterrad ter wereld schijnt te staan. Hard werken en steil omhoog dus, maar eenmaal daar, enkel een meertje met een hoop toeristen en wat hotels. Nader onderzoek doet uitwijzen dat het rad gewoon beneden staat.
Terug afdalen dus, en aldaar, ruim 13 meter hoog, met een drakenkop die wat wateruitspuugd en het geheel laat draaien. Een immense constructie, maar waarom? Er zich geen molen of wat dan ook aan vast, en met de opgewekte energie wordt helemaal niks gedaan. Maar goed, je kan natuurlijk wel blijven zeggen dat je de grootste bent.
De weg gaat verder, op naar de dikste Kampfer boom van Japan. Naast een tempel, takken versiert met gebedjes op papier, en een omtrek van een meter of 30. Dikke jongen inderdaad.
Uiteindelijk daal ik lekker af naar Kokubu, waar ik met Robin afgesproken had. Samen met vriendinnen Emily en Sophie staat ze al op me te wachten, en na een snelle douche gaan we op naar de lokale sushi tent. Echter een lange rij voor ons, we proberen wat tijd te doden in de supermarkt, maar keren uiteindelijk toch maar terug naar de wachtkamer van dokter sushi.
Gezien Emily haar roots vinden ze het alledrie helemaal geweldig dat ik Syrie zo mooi vond, dus we hebben iets om over te praten, en na een record wachttijd van ruim twee uur mogen we eindelijk aan tafel. Nog meer records: de grootste dagafstand (103km) en hoogste maximale snelheid (61.0 km/h) van het jaar!