Lek?
's Ochtends word ik verrast door een lege achterband. Ventieldopje lijkt ook los te zijn dus ik verdenk meteen de dronken herbergier. Fijn. Naja, gewoon volpompen en niet druk maken, het zal allemaal wel.
Ik rijd langs de kust, door afgelegen vissersgehuchten. Viswedstrijden en een groot vreugdevuur, terwijl langs de weg oude omatjes zeewier en vis te drogen hangen en een eenzame plichtsgetrouwe netten repareert. Dit is leuk rijden.
Een ferry die me naar een nog afgelegener eilandje verderop zou kunnen brengen, vaart net voor mijn neus weg, dus ik ga verder langs de oorspronkelijke route. Even na tweeen bevind ik me bij het zuiderlijkste punt, regel een lunch en vaar dan uit.
Aan de andere zijde merk ik dat mijn achterband wederom zacht is. Al ruim 50km gereden, dus dat moet dan wel een heel klein gaatje zijn, of heb ik net voor de boot toch iets geraakt. Terwijl ik daar zo pomp, hoor ik ineens een vrolijk 'konichiwa'. Valt me eerst niet op, maar wanneer ik bij de tweede keer opkijk zie ik Ray, de eerste fietser die ik sinds George in Hokkaido (ongeveer drie maanden terug) tegen kom. Hij gaat naar het noorden, de bikkel, vanaf prachtig Yakushima naar een plaatsje in de buurt van Tokyo. En net als ik, wil hij gaan kamperen..
Yakushima blijkt volgens hem nog prima te zijn, een graadje of 15 overdag, 10 's nachts. De berg beklimmen (1900m) is niet echt slim meer, maar langs de kust is het goed uit te houden. Ik zal er een over nadenken; Yakushima staat bekend als het mooiste eiland in Japan, maar had verwacht dat het daar toch al iets kouder zou zijn, en kou, daar heb ik even geen zin meer in.
Stap nog een aantal keer af om bij te pompen, en wanneer ik dat weer wil doen en tegenlijk in het donker mijn weg nog probeer te vinden, zie ik een stukje gras, verscholen achter een paar bomen. Mooi, niet pompen, maar kamperen dus, dat lek daar ga ik morgen wel achterheen.