Op naar Kyushu!
Vroeg op om de boot naar Kyushu te kunnen halen. Netjes voor zonsopgang sta ik nast mijn tent, terwijl de net niet meer volle maan in een lome baan afzakt naar het westen. Terwijl ik de weg opdraai en het oosten langzaam roze en geel wordt, komt er een soort van vuurbal voorbijzetten. Een komeet? Een sateliet? Of een raket? Ik heb geen idee, blijf gefacineerd staatn kijken, en stap dan op.
Het mooie open kustlandschap gaat over in een industriele zone. Nooit gedacht dat het ergens zo lelijk kon zijn, kilometers fabrieken (Hitachi?), een laagje smog, dood gras, en langzaam betrekt de lucht en begint het te regenen.
Met de eerste druppels bereik ik de haven, betaal een extraorbitante som geld, en vind een schuilplaats tussen de samengesmolten platen staal. Ik ben de eerste aan boord, lekker rustig, maar al snel is het eeen drukte van belang en in een noodtempo vulen de bankjes om me heen zich op.
In de regen varen we onze weg naar de overkant. Een nat welkom op Kyushu, maar niet zodanig dat er niet gefietst kan worden. Door een serie tunnels, vervuild met ladingen pornografische stripboekjes, op van het ene gehucht naar het andere.
Er heerst hier een soort uitgestorvenheid en uitgestrektheid die me aan Hokkaido doet denken. Een ruige zee met schuimkoppen over links, en een prachtige berg aan de andere zijde, gesierd in sluiers van nevels, en huisvesting biedend aan een vuuromringde god die de innerlijke kracht van de Buddha weerspiegelt.
De regen stopt en maakt plaats voor een stevige wind, terwijl ik me voor een maal udon-noodles in de lokale supermarkt begeef. Warm water krijg ik met een glimlach aangerijkt vanuit de keuken van de versafdeling. Op een bankje maak ik mijn maaltijd soldaat, met naast met de oude dametjes van ver in e negentig, die lacherig de door mij aangeboden rijstcakjes afslaan. 'Nee joh, gekkie, die zijn voor jou hoor, hihi'.
Wanneer ik een flink aantal kilometers later nog eens stop, om onder de beschutting van het afdak van een tankstation mijn regenkleding weer aan te trekken, komt een van de pompbediendes op me af. Compleet in beslag genomen door het gesprek dat hij met me aanknoopt, staat hij daar maar met een aantal honderduizend yen papiergeld in zijn handen. Totdat een van zijn klanten op hem afkomt. 'Sorry dat ik stoor, maar zou je misschien de wisselmachine eindelijk eens kunnen bijvullen?'
Ik rijd door wind en regen en kom uiteindelijk in donker en uigestrekt Beppu aan. Het guesthouse aldaar vinden biedt niet al te veel problemen, en na een opwarmend bezoek aan een van de vele beroemde badhuizen, kom ik terwijl ik een lekker maal in elkaar aan het koken ben Michelle weer tegen. Zij arriveerde hier gister al, net als twee andere mensen die ik nog van Hiroshima ken. Gezellig.