Roet in het eten
Wanneer ik mij eindelijk van mijn tantami heb weten te krijgen is het buiten grijzer dan grijs. Grote wolken en mist in de richting die ik uit wil, en zodra ik klaar ben met opladen begint het ook nog eens te regenen.
De hosteleigenaar begint aan zijn zoveelste poging me te overtuigen toch niet verder te fietsen naar Takayama. Bewaar dat nou gewoon voor een volgende keer. Ik had me juist verheugd op dit ritje, en daarnaast word ik vanavond bij Nancy verwacht. Uiteindelijk biedt hij me aan om me dan desnoods in zijn pick-up te brengen, mits ik de kosten van de tolweg op me neem.
Een mooi en vriendelijk aanbod, maar ik heb nog even een paar minuten nodig voor ik ook bij die conclusie aankom. Ik twijfel dus nog wat onder het afdak, observeer de regen, en zie dat ik de komende uren waarschijnlijk niet te veel verbetering hoef te verwachten.
Achter op de pick-up dus maar. Door valleien en tunnels, langs een venijnig bubbelende zwavelbron en dan de grote zes kilometers lange tol tunnel in. Blijkt zelfs nog iets goedkoper te zijn dan hij me voorgespiegeld had, dus acht euro lichter word ik een berg later afgezet.
Vriendelijk, maar erg bezorgd, neemt hij afscheid, ik doe nog een extra windlaagje aan en een muts op, en begin aan 30 kilometer afdalen. Het regent en sneeuwt een beetje, en goed uitkijken vanwege nat wegdek, maar voor de rest niet veel bijzonders. Ongeveer een uurtje later sta ik dus in Takayama.
Terwijl ik voor de supermarkt van mijn lunch geniet, word ik aangesproken; jij bent zeker een Nederlander? Casper, stelt hij zich voor. Naar Japan voor een congres, en vroeger voor Van Herweeden fietsen gewerkt, dus mijn Vittorio herkende hij meteen. We kletsen wat tot het voor hem tijd is op de trein terug naar Tokyo te springen.
Ik doe een rondje Takayama, wel aardig, maar niet heel erg onder de indruk. Had ik misschien ook niet moeten verwachten, want de stad wordt geadverteerd als een typisch voorbeeld van ruraal Japan, en heb ik daar de afgelopen twee maanden juist niet doorheen gefietst? Waar ik wel van onder de indruk ben is de hoeveelheid Nederlanders die ik de laatste dagen lijk tegen te komen; zie zeker twee heel erg Nederlandse stelletjes over straat lopen, en zou toch zeker zweren dat een me een goedenavond wenste.
Nancy tref ik zoals afgesproken om vijf uur op het station. Een leuke meid met twinkelende ogen. Samen vertrekken we naar taiko-les, Japans drummen dus. Ook ik krijg een trommel voor mijn neus, actieve participatie gewensd! De ritmes volgen is na een paar keer oefenen geen al te groot probleem, echter alle speciale sprongetjes, stapjes, en andere showelementen die in een optreden verwerkt worden zijn knap verwarrend.
Samen met drie vriendinnen vertrekken we naar een lokaal restaurant, dat zich specialiseerd in een soort van omelet dat voor je neus wordt klaar gemaakt. Smakelijk en vullend, en daarnaast gevijfen kakelend erg gezellig.
Nancy vermaak ik tot diep in de nacht met foto's en reisverhalen, tot ze zich tegen half twee realiseerd dat ze morgen toch echt moet werken. Bedtijd dus.