De Alpen in
Bij het verlaten van mijn hotel stuit ik op twee Nederlandse meiden. We kletsen even, en dan scheiden onze wegen; zij opweg terug naar huis en ik het kasteel van Matsomoto in.
Het is een drukte van belang, er lijkt een of andere kasteel-schoonmaakdag aan de gang te zijn, waar alle lokale schoolkinderen aan deel nemen. Even goed prachtig, een oud houten kasteel onder een strak blauwe lucht met een paar witte pieken en een half maantje op de achtergrond. Buiten doet het voor mij een stuk meer dan binnen, maar desalniettemin is er een erg interessante tentoonstelling van oude musketten te zien (de samurai waren ofwel vooruitstrevender ofwel van recentere tijden dan ik dacht, want een kasteel werd normaliter met zowel boog als geweer verdedigd).
Na het middaguur ga ik de bergen in. Halverwege bij een onsen een jeugdherberg gereserveerd, dus lekker trappen en zodra het koud wordt het warme water in. Door een steile kloof met opeenvolgende stuwdammen komt er ineens een andere fietser tegemoet sjeesen. Een bevlogen Australier die me en passant nog wat laatste route info geeft. Dat de meest interessante weg (omhoog tot bijna 3000 meter) vanwege sneeuw dicht was, wist ik, maar de iets lagere hoofdweg (ong 1800) houdt er met een dag of twee mee op. De 'laagste' (1600) en rustigste waar ik zelf langs wilde, gaat nog voor een weekje.
Ik buig af van de hoofdweg, opweg naar mijn overnachtingsplek, een ruime 500 meter omhoog, lekker rustig. Een kijkje bij een donderende waterval, en in het donker met erg frisse temperaturen en hier en daar een paar vlekken sneeuw, kom ik uiteindelijk bij het hostel aan. Natuurlijk neig ik mezelf weer buitengesloten omdat ik de deur weer eens niet snap, maar uiteindelijk mag ik toch naar binnen.