Het sneeuwt!
Met tegenzin rijd ik weg. Het regent. Daarnaast voelt het ook raar om na een ruime week weer op pad te gaan. Alsof ik mijn tweede huis verlaat, maar er dit maal waarschijnlijk niet meer terug kom.
De miezer gaat na een paar kilometer over in een stortbui, waar ik onder de stellages van een pomp station besluit te wachten tot het droog is. Ik kauw wat voor me uit op een grenola bar.
De droogte komt, en ik ga er weer van door. De bergen in, geen auto te bekennen, heerlijk klauteren, en dan realiseer ik me ineens dat er op een bergtop verderop een laag poedersuiker ligt. Sneeuw! Om me heen begint het ook wat te glinsteren, en even later rijd ik door mijn eerste sneeuwbui sinds afgelopen juni.
De top geeft zich al slingerent niet al te lastig gewonnen, en met temperaturen rond het vriespunt daal ik rillend af. Bij de eerste de beste supermarkt duik ik naar binnen voor lunch en warmte, en als het daarna nog steeds koud is, ook nog om me om te kleden met wat extra laagjes thermo.
Nog een heuvel, en dan op naar Matsumoto. Rechts van me de Japanse Alpen, grijs afstekend en voorzien van een dun laagje sneeuw, met daarachter een prachtige zonsondergang. Tiesto speelt wat in mijn oren, en langzaam stroomt een traan uit mijn ooghoek. Puur geluk.
In Matsumoto een klein hotelletje met een verlegen eigenaar. Boven mijn budget (maar dat zijn alle hotels hier), maar liever wat centjes betalen dan een nacht in de vrieskou.