Het donkere bos
Gisteravond pas lopen realiseren hoe veel vaart ik eigenlijk moet maken om mijn tocht door Japan te voltooien. Heb idee om Tokyo anders maar te laten liggen, een short-cut of boot richting Kensai te nemen, en direct naar Hong Kong te vliegen, zonder een tussenstop op Taiwan. Het eerst volgende station heeft internet, dus even snel een paar dingen proberen uit te zoeken in het half uurtje dat ik toegewezen krijg.
Mijn hoofd en benen zitten duidelijk op een andere golflengte vandaag, dus echt opschieten doet het aanvankelijk niet. Aan de andere kant is de weg breed en saai, dus echt erg is mijn afwezigheid niet.
Tegen drieen vind ik mijn afslag naar een rustig weggetje de bergen in. Lijkt me iets te krap om in de twee uur resterend daglicht de pas nog te bedwingen, maar nu al halt houden voelt te veel als een verspilling van waardevol daglicht.
Een behoorlijke killer, volgens de bordjes (en me benen zijn het daar wel mee eens) kilometers lang constant op 10 procent, haarspeldbocht na haarspeldbocht. Houd even stil bij de verlaten portacabins van een wegwerkerskamp en de oprit van een countryclub, maar besluit beiden keren toch maar gewoon door te rijden, en precies wanneer het daglicht op is, bereik ik het korte tunneltje dat de top aangeeft.
Even iets warmers aan, rijstballetje erbij en licht aan, en dan is het afdalen geblazen. Ik zie (en voel) in zwart-wit dat het hier mooi is, diepe afgronden en ruige watervallen, maar ja, eigen schuld, had ik maar eerder moeten stoppen.
De afdaling is echter niet wat het lijkt, en regelmatig moet ik stukken steil omhoog door een diep en donker bos heen. Denk een vuurvliegje over de weg te zien zweven, maar dat blijken de ogen van een vos, gevolgd door een veelvoud aan oplichtende oogkassen. Ik word duidelijk bespied.
Voel me er niet echt gemakkelijk bij, dus besluit maar hardop voor me uit te zingen, iets wat later ombuigt in een mantra-achtig 'de weg gaat omhoog in het bos'. Dan blijft mijn veter in mijn pedal haken. Een moment van paniek, maar weet mijn kalmte te hervinden (met een serie ogen op me gericht), tot stilstand te komen, en het koord te ontwikkelen.
Na een aantal kilometers doemt eindelijk een oplichtend display van een blikjes automaat uit de duisternis. Bewoonde wereld? Nee helaas, enkel een parkeerplaats bij een uitzichtspunt. Een klein stukje verder vind ik echter iets waarvan ik zou zweren dat het een camping is. Alles donker en verlaten, want buiten het seizoen, maar ik besluit een poging te wagen. Ik word echter kriegel van het constante gezoem van een of andere machine, en het geritsel om mee heen. Tent dus weer achterop, en doorrijden maar, terwijl er een extreem heldere vallende ster voorbij komt.
De weg wordt smaller en de markering verdwijnt, waardoor het nog moeilijker wordt om af te dalen. Ik kom langs een stuwdam, en dan een gigantische afgraving (zelfs in het donker spectaculair want compleet uitgelicht), waarvan ik me later realiseer dat dit een uitbreiding tot een nog grotere stuw moet worden. Niet zo mooi voor mij, want ik moet de afgraving uit en er weer in, er weer uit en dan erover. Hard werken dus.
Eindelijk bereik ik de bewoonde wereld. Naast een onsen vind ik een stukje gras, en besluit eerst netjes te vragen of ik daar mag prikken. Vergeet te vermelden dat ik op de fiets ben, hetgeen dus resulteerd in een nee. Wanneer ze echter achter dat feit komen, is er geen probleem en word ik een stukje gras verderop gewezen.
Snel tent opzetten en even wat eten, en dan heerlijk ontspannen in de onsen. Wanneer ik naar binnen loop blijken de mannen aldaar er toch wel heel vreemd uit te zien, zelfs voor Japanse begrippen, Oei, da's de verkeerde afdeling...
De tweede poging is echter wel raak, en ik geniet van bad en sauna voor slechts 2 euro, een van de dingen die in dit land wel goed te betalen is.