Stukken minder koud dan normaal vannacht. Tijdens het ontbijt ontdek ik waarom. Van het meer waar ik naast sta lijkt een constante mist op te trekken, maar op een vreemde manier. Zodra ik mijn hand in het water steek kom ik er achter dat het waarschijnlijk thermisch moet zijn; het water is een graad of dertig. Tijdens het fietsen zie ik dat om meer plaatsen om me heen. Vanuit het veelal moerassige gebied stijgt hier en daar stoom omhoog.
Kotan onsen, een openlucht bad dat Ken me aanraadde, kan ik helaas niet vinden, dan maar niet in bad en lekker doortrappen dus. Langs een prachtige weg omhoog naar het Akan meer, zonnetje schijnt, vogeltjes fluiten, herfst overal om me heen, en natuurlijk ook weer lieveheerstbeestjes.
Op het hoogste punt uitzicht op een imposante piek en in de verte al sneeuw op de bergtoppen. Afdalen, foto's schieten met de lokale fotoclub, lunchen en weer klimmen. Dit keer maar kort, en dan een lange afdaling naar Ashuro.
Net als het donker wordt kom ik er aan, een redelijk stadje, dus lastig een kampeerplek te vinden. Probeer het sportpark, maar daar is het nog te druk, en de polo baan te glooiend. Via een trap zet ik mijn tent in een klein bos neer, in de buurt van wat later een shrine blijkt te zijn.