Honkbal
Even na vertrek word ik bij een supermarkt aangesproken door een vrouw. Ooit woonachting in Kyoto, maar verhuisd naar Hokkaido, om haar kinderen in de natuur te laten opgroeien. Reden voor aanknopen van gesprek was hoofdzakelijk interesse; ooit heeft zij ook een blauwe maandag op de fiets doorgebracht.
We kletsen wat, en dan moet ze zich excuseren, aangezien de honkbal wedstrijd van haar zoon over enkele ogenblikken begint. Hey wacht eens, hoor ik daar honkbal? Dat is wel interessant natuurlijk. Ik vraag of ze er bezwaar tegen heeft als ik mee kom, en even later rijd ik achter haar aan naar het honkbalveld.
Er is zowaar een heus tournooi aan de gang, en het honkbal gaat er hier een stuk professioneler aan toe dan terug thuis. Mannetjes van een jaar of 10 pitchen gewoon op elkaar (en nog best goed ook), terwijl wij thuis op die leeftijd nog gewoon peanutbal zouden spelen. Drie scheidsrechters in het veld, en ook nog iemand achter de speaker en het scorebord.
Helaas verliest het team van haar beide zoons (van het team dan later nipt de spannende finale van zich gewonnen zag worden), maar ik vermaak me. De jongste komt bijdehand op me af en vraagt me van alles, waar ik natuurlijk niet heel veel mee kan (behalve als moeders een en ander vertaal natuurlijk). Hij spreekt echter ook een beetje Engels, 'Okey!', en 'Very Goood!!' (met de duim omhoog), dus dat bijven we lekker tegen elkaar herhalen.
Aan het einde van de dag toch nog maar een stukje fietsen, haal het tot de 45ste graden Noorderbreedte, en dan plant ik mijn tentje maar ergens neer.