Verder richting de geboorteplek van de Shaolin Kung Fu. Door een licht omhoog glooiend landschap, bomen, druiven, rare wit gefantaseerde fruitveilingen met een Buddhabeeld voor de deur.
Een klimmetje rijden we in de hoogste versnelling binnen een kwartiertje naar buiten, afdalen, en dan zijn we er. Een groot beeld van meester Damo langs de weg met op zijn voetstuk krijgers in verschillende poses. En meteen ook een leger van gefrustreerde touts. Schreeuwende en ruzieende vrouwen die ons maar al te graag in hun pension zien.
Eerst info inwinnen over de tempel, dan opzoek naar een slaapplek was ons plan. Zo ver komen we echter met moeite. Terwijl ik naar de veel te hoge entreeprijzen informeer en aanvangstijden voor de verschillende demonstraties noteer, barst er rond Linda een ware veldslag uit. Schreeuwen en kakelen, wie zag ons eerst, nog net geen uitgetrokken haren, maar dat scheelt weinig. Een aantal keer verzoeken we de dames vriendelijk wat stiller aan te doen, we kunnen elkaar nauwelijks verstaan, maar dan kiezen we toch eieren voor ons geld. Weg hier, een kilometer verderop is het vast een stuk rustiger praten.
Accomodatie rond de tempel is zwaar boven de prijs en kwaliteit erg onder de maat. Door naar Deng Feng dus, morgen maar met de bus op en neer. Aldaar goed zoeken, ook aan de prijs, maar we weten iets redelijks te vinden.