Een beetje uitslapen en nog wat dingetjes regelen (waaronder de Engelse vertaling van de nieuwbrief; dat werd tijd). Tegen het einde van de morgen, aangekleed voor vertrek, naar de monnik die mijn batterijen oplaadt.
Lullig om meteen weer weg te lopen, dus blijf nog even, voor wederom een poging tot gesprek. Net wanneer ik weg wil gaan komen er twee anderen binnen, die zowaar goed Engels spreken. Eindelijk een mogelijkheid mijn lading vragen los te laten. De toeristen storen ze inderdaad behoorlijk, en ze hebben behoorlijke kritiek op de Chineese regering. Ze zeggen voor minderheden te zijn, maar eigenlijk worden ze alleen maar meer gediscrimineerd. Tibetaanse taal wordt nauwelijks meer onderwezen, de cultuur gaat verloren, en wie hier iets aan probeert te doen wordt gehinderd of gearresteerd. Ditzelfde geldt voor de intelligentia in de kloosters, onderwijs van de monikken gaat dus ook langzaam achteruit, leegzuigen van binnenuit, als een parasiet.
Veel monikken vluchten dan ook naar India, waar het voor Boedhhisten een stukje beter is. Ook de Daila Lama verblijft daar, maar zijn eerste minister, de Panji Lama zit al tijden in een Chineese cel.
Na deze crash course in de Tibetaanse zaak, bieden ze me aan het klooster te laten zien. Lijkt me eigenlijk wel een idee, want nog een keer met een monnik als gids, dat is natuurlijk niet verkeerd.
Andere kleren aan, samen wat eten, en dan met nog drie vrienden, studenten in Tibetaanse en Engels in Xining, het klooster in. Gezellig en eindelijk mogelijkheid tot vragen stellen. De Chineese naam van het klooster (Taer Si; 'eerst stumpa dan klooster') blijkt een slap aftreksel van de Tibetaanse naam (Kumbrun; 'duizend beeldtenissen', een referentie naar de boom die groeide op de geboorteplaats van Tsungkapa, oprichter van de Gele Hoeden secte, en op ieder blaadje een beeltenis van de leider toonde).
Onze monnik-gids moet ons verlaten om deel te nemen aan het 'college'; eerst versen reciteren en dan met alle andere monikken in debat, de drie uit Xining houden het ook even voor gezien, en ik blijf met een vriend van de monnik achter. Met een andere goed Engels sprekende Tibetaan die we toevalig tegenkomen maken we het rondje af.