Hoog en droog
Blijk slechts 500 meter voor de top geslapen te hebben, maar zeker geen spijt van, is hier prachtig. Aan de andere kant tussen bang wegschietende yaks naar beneden toe, en dan even knutselen hoe weer de weg op te komen, aangezien het mooie opritje van aan de andere kant hier ontbreekt. Wat klauteren en manouvreren door een werkkamp, en voila, daar zijn we weer.
Bij het einde van de tunnel een bordje dat mijn vermoedens bevestigd. Hier is het 3800 meter, dus dat wil zeggen dat ik er zojuist weer een nacht van boven de 4000 meter bij gekampeerd heb. Misschien dat ik gisteravond toch een lichte hoogteziekte had?
Snel naar beneden over een prachtweg. Krijg ik een dorpje weer eens gezelschap van een aantal motorrijders (lijkt vaker te gebeuren als je rond de 30 per uur rijdt). Vervelend, maar na een paar kilometer houden ze het gelukkig voor gezien.
Rijd langs een stuwmeer in aanleg. Hoog water, fundamenten van dorpjes, en een weg die steeds weer onder water verdwijnt. Hoog in de bergen een nieuwe uitgehakte weg, tunnels, bruggen, zonde, wat een verspilling allemaal.
Ik ga als een trein en halverwege de middag sta ik met een gemiddelde van boven de 23 per uur al in Xining. Shoppen, internet en eten, en dan wil ik nog wel een stukje, kijken of ik het klooster van Ta'er Si kan halen. Helaas kom ik (ondanks illegaal over de zo goed als verlaten snelweg rijden) net een paar kilometer daglicht te kort, en in het donker klim ik de laatste kilometers naar boven.
De aankomst in het tempeldorp is bizar. Overal mooie lantarenpalen, maar die gaan natuurlijk niet aan. Desolaat en pikkedonker. Het hotel dat ik zoek schijnt makelijk te herkennen te zijn aan zijn lokatie achter een rij stumpa's, maar ik zie helemaal niks, dus dat houdt een beetje op.
Naam klinkt ook niemand bekend in de oren, dus begin maar een beetje rond te dwalen. Loop een Italiaanse toergroep tegen het lijf, die me wel hn gids willen lenen. Samen opzoek naar een vertaler, maar dat werkt niet echt. Uiteindelijk maar op goed geluk het kloostercomplex in, en voila, ik vind mijn onderkomen alsnog.
Een simpele kamer, houten bedden, en dunne tussenwandjes. Aan de ene kant een harde snurker, aan de andere een ruziend echtpaar. Ga maar aan de kant van het echtpaar liggen in de hoop dat ze snel hun discussies zullen beindigen, maar dan begint manlief ook te knorren. Moet mezelf inhouden om niet in lachen uit te barsten, wat een hopeloze situatie is dit! Ben gelukkig een diepe slaper en behoorlijk op, dus een half uurtje later zijn ook mijn oogjes toe.