Pompen of verzuipen
Alhoewel vroeg op gestaan, toch niet op tijd; om half zeven is de eerste boerin al paraat om haar veld om te ploegen. Ze zegt niet veel, negeert me zelfs half, maar of een bepaalde manier heb ik het idee dat ze not amused is bij mijn aanwezigheid. En dat terwijl ik mijn tent dusdanig tactisch gemanovreerd heb om geen gewassen te beschadigen.
Zodra het echt druk wordt, heb ik mijn tent inmiddels zo goed ls ingepakt, en dat is maar goed ook. Door de modder terug naar de weg, en dan fietsje schoonmaken.
De weg klimt de hele dag omhoog, maar de zon schijnt vanochtend, en wouw, wat is het ineens mooi hier. Zacht glooiende bergen om me heen, vol met groen gele velden, een afwisselling van verschillende gewassen (graan, mais, aardappels, uien) en massa's bloemen, omgeven door ontelbare beienkorfen.
Vroege lunch, heerlijke noedelsoep, 20 cent. Voor vertrek moet ik op de foto met de eigenaar, die speciaal voor deze gelegenheid de lokale fotografe heeft opgetrommeld. Waarschijnlijk krijgt mijn foto als eerste buitenlandse bezoeker een prominente plek in de eetzaal, stel ik me voor.
De glooiende velden en de nabije rivier komen samen in een kloof, waar tevens het gebied der Tibetanen begint. Bevolkt met tenten dorpen, wapperende gebedsvlaggen, massa's schapen die de bergen om me heen van gezellige witte stipjes voorzien en natuurlijk, grote kudde's yaks, die er hier stukken beter uitzien dan in Tadjikistan.
Ik geniet van een grote kudde die vredig midden op de weg staat te herkouwen (en er met enige regelmaat door passerend vrachtverkeer vanaf getoeterd wordt). De beesten begeven zich vervolgens recht naar de rivier, en beginnen doodleuk de kolkende massa te doorwaden. Dat wil ik zien. Terwijl ik mijzelf op een rots boven het water installeer om het schouwspel waar te nemen, komt er opeens een paniekerige jonge vrouw, blijkbaar de herder, aangerend, de de yaks het water uitjaagd, in vrees dat de jonge kalven de oversteek niet zullen overleven.
Een tiental kilometers verderop is het tijd voor lekke band nummer drie. Wederom achter, dus dat wil waarschijnlijk zeggen dat ik gister wat gemiist heb. Gezelllig omgeven door een stel irritante Chinezen probeer ik langs de kant van de weg met kapotte pomp een nieuw bandje om te leggen. Van binnen blijkt er een beschadiging in mijn buitenband te zitten die verantwoordelijk is voor een schuurplek en dus het lek. Besluit voor deze keer de plakker dus maar eens op de buitenband te plakken, om op die manier de ruwe ijzeruitsteeksels te camoufleren. Maar binnenkort dus wel een nieuwe band nodig..
Bij poging tot checken van lek in band breekt het ventiel van de band (die pas 30km oud is..), mooi kut. Andere band er omheen, maar pomp wil niet. Probeer allerlei trucks, en slaag er uiteindelijk in, na ruim een uur kloten, om genoeg lucht te verzamelen om verder te rijden. De eerst volgende tent bewoner die ik tegenkom heeft gelukkig wel een goede pomp, dus kan redelijk verder. Maar eerst volgende gelegenheid dus een nieuwe pomp regelen..
Het is immers behoorlijk koud geworden, een paar extra laagjes, en ik zit op dezelfde hoeveelheid kleding als op de Pamir Highway. Na nog een aantal uurtjes zwoegen worden de heuvels om me heen steeds lager en bereik ik eindelijk de pas waar ik naar onderweg is. Geen bordjes wat betreft hoogte, maar gezien het feit dat ik nu al bijna zo'n 100 kilometer naar boven gereden ben, en zeker ook vanwege de temperatuur, moet dit toch zeker een behoorlijk stuk boven de 3000 meter zijn.
Rillend naar beneden, dorpje in zicht. Snel eethuis binnen en volstoppen met lekkernijen, in dubio even verderop te kamperen of in een hotelletje te slapen; die keuze is snel gemaakt wanneer aan de overkant van de straat een goedkoop onderkomen te vinden is. Schoon en lekkere bedden. Prima! Binnen vijftien minuten lig ik dan ook op een oor.