Wanneer ik net een beetje slaap, wordt er op de deur geklopt. Kom op, we moeten verder! Half drie 's ochtends, wat een ramp, ineens wilde ik dat het nog een heel stuk verder was naar Jeijuhang.
Even na dreeien rijden we dus het stadje binnen. Pikkedonker en niemand op de straat natuurlijk. Maar ik ga toch echt niet nog langer in deze cabine blijven zitten. Uistappen dus. In het holst van de nacht afladen en een gigantische lading stof van mijn fiets en tassen afkloppen.
Pak mijn Lonely Planet en vraag of mijn Chinese chauffeurs toevallig weten waar ik het lokale budget hotel kan vinden. Dat weten ze niet, maar toevallig staat er op de hoek van de straat iets wat op een hotel lijkt. Daar maar eens vragen dus. Gehaast afscheid van de Chinezen, wederom een of andere angst voor de politie (verkeerd geparkeerd?) dus snel door.
Het hotel blijkt veel te luxe voor mij. Wel mooi daar, maar marmeren vloeren komen nou eenmaal met een prijskaartje. Engels spreken ze niet, dus wordt er iemand uit bed gebeld om mij telefonische te woord te staan.
Ook met korting kan ik de kamer nog niet betalen, en aan de weg naar het goedkope hotel kunnen ze me niet helpen. Daarnaast lijkt het de dames achter de receptie geen veilig idee om 's nachts door de stad op zoek te gaan. Dat lijkt mijzelf ook niet heel prettig, maar mijn verzoek om in de lobby een uurtje te wachten totdat het weer licht is wordt afgewezen.
Sta op het punt dan maar naar buiten te lopen, onder een lantarenpaal mijn fiets schoon te maken, wat te eten en in mijn dagboek te schrijven; daar kan ik me toch makkelijk een uurtje mee vermaken. Wanneer ik mijn fiets pak en aanstalte maak naar buiten toe te rijden, word ik terug geroepen. Kom toch maar even in de lobby zitten.
Terwijl ik me nog aan het installeren ben, komt er een jongen naar me toe gelopen. De persoon die ik zojuist aan de telefoon had, zo bijkt. Aardige gozer, uitgezonden vanuit de andere kant van het land om hier de automatisering van het hotel in orde te maken, en nog natuurlijk nog gewoon waker, want er is vannacht voetbal op tv!
We kletsen wat, en hij meent dat de lobby toch niet de plek voor mij is. Als ik wil kan ik mein zijn kamer even komen opfrissen en voetbal komen kijken als ik wil. Ik ben zijn gast, maar tot uiterlijk acht uur, want de manager moest er maar beter niet achter komen dat ik in zijn kamer verbleef.
Prima dus. Heerlijk onder de douche (ook de kamers zijn erg mooi), en dan voetbal. Voor het eerst merk ik dat ik sympatiseer met het Duitse voetbal elftal. Raar gevoel. Jammer dan ook om ze in de laatste minuten van de verlenging van de sloom spelende Italianen zien te verliezen.
Dagboek schrijven terwijl mijn gastheer nog een paar uurtjes slaap pakt, en om zeven uur telefoon. Meiden bij de receptie zijn ook bang voor de baas, dus tijd om te vertrekken.
Zoektocht door de stad naar eten en internet en wellicht nog een toeristische attractie, maar kom in eerste instantie enkel aan het tweede toe. Nog wat dingen proberen uit te zoeken voor tenttransport en kijken hoever de progressie wat dat betreft is. Buiten begint het langzaam te regenen, en ik breng praktisch de rest van de dag binnen door. Emailen, surfen, paar mp3tjes bij elkaar zoeken, en natuurlijk nog even oma feliciteren met haar 87ste verjaardag, dan Chinees snacken en nog een stukje fietsen.
Is dan inmiddels al weer zes uur geweest (tsja..), maar om hier nou weer opzoek te gaan naar een hotel, nee, liever de ontelbaar betere prijskwaliteits verhouding van mijn cofortabele, doch kromstaande tentje, in combinatie met een altijd schoon toilet ergens midden in een veld.
Schiet lekker op, maar erger me werkelijk dood aan de voorbijkomende luid toeterende vrachtwagens. Zelfs op ijn kampeerplek, bijna twee kilometer van de weg, hoor ik ze nog voorbijkomen. Wat mij betreft is het naast een hoognodige nationale campange 'hoe trek ik het toilet door', dan ook hoog tijd voor een algeheel toeterverbod.