Vroeg op, bussen maar! Alisha gaat meteen naar Lanzhou, change of plans, ze vreest haar visa te moeten verlengen, en het gebied rond Lanzhou is wat Gansu betreft toch wel een van de interessantere. Mijn bus vertrek iets eerder, op naar Jaijuhang.
Het loopt echter anders. De buschauffeur is een grote lul, en weigert keihard mijn fiets mee te nemen, zodat hij zijn eigen fruithandeltje kan draaien (vraag me af wat iedereen hier toch met fruit heeft). Hoe ik ook probeer, vriendelijk en netjes of gewoon keihard terug, en mijn fiets in het bagage ruim proppen, het mag niet baten. Kut.
Vraag rond, maar geen andere bussen, dan maar op de bus na Lanzhou en halverwege uitstappen. Ook deze bus blijkt een minima. Lekker voor Alisha. Haar fiets past nog net, en ook nu weer een boel gezeik over onredelijke bedragen die bijbetaald moeten worden. Bekijk het allemaal maar, hier heb ik geen zin meer in. Fietsen is makkelijk, maar met het openbaar vervoer? Bereid je maar voor op de hel..
Ik neem dus afscheid van Alisha, wie weet komen we elkaar in Bejing nog tegen. Achter in een hoekje de fietsbroek aan maar de rest van het omkleden demonstratief vol in het zicht van de bus en zijn bestuurders.
Als ik op het punt sta weg te rijden, komt de bestuurder van de bus naar Jaijuhang op me af gerend. Als ik wil mag mijn fiets in het gangpad. Al helemaal geen zin meer in, en busticket al ingeruild, maar goed, Alisha overtuigd me het toch maar te doen. Bij de ingang van de bus dien ook ik nog eens een dikke 100 yuan bij te moeten gaan betalen. Laat hem maar in de stront zakken!
Een hap eten in de stad, even mail doen, lekker kletsen met een paar andere backpackers en dan halverwege de middag er vandoor. Fietsen is toch veel beter.
Rijdt eerst lekker, windje licht tegen, maar toch nog ruim 20 per uur, maar buiten de oase en in de woestijn veranderd dat. De wind duwt steeds sterker, en alhoewel ik dat ook doe, daalt mijn snelheid langzaam tot een diepte punt. Een gekke wind, zou hem omschrijven als een 'sauna wind', koel, maar af en toe vlagen van ruim boven de 50 graden.
Wanneer ik ergens even stop voor een pauze (met het hoofd voorover op het stuur om de wind een beetje weg te houden) stopt er een vrachtwagen voor me. Even polshoogte nemen, wie weet hebben ze wel wat te drinken voor me..
Drinken hebben ze inderdaad, en ze denken dat het maar gekkenwerk is dat ik met zon en wind tegen zo door de woestijn loopt te crossen. Die ben ik wel gewend, no problem geeft ik dus aan. Dat zien zij anders, misschien moest ik maar een stukje meerijden. Twijfel even, maar besluit dan toch een lift naar het volgende stadje, een kilometer of 50 verder op te accepteren.
We kletsen wat, en ik krijg een crash-course in Chinees. Meloentje erbij, en smullen maar. Vrij snel bij de stad van bestemming, maar dan komt de volgende stap.
De rest van de weg naar Jaijuhang is namelijk heel erg slecht. Te slecht om te fietsen meent men. Steenslag, stuifzand, alles omdat ze aan het bouwen zijn. Ik moest dus eigenlijk niet uitstappen. Voor ik zelf iets kan zeggen is al voor me besloten dat ik dus verder meerijd tot aan Jaijuguan. Was toch eigenlijk mijn doel, dus besluit maar niet al te hard te protesteren, zo kom ik er ook, en dan zonder gezeik van allerlei buschauffeurs aan mijn kop.
De weg wordt inderdaad erg slecht, we rijden recht door een grote zandbak. Stuiter de stuiter, ik vrees voor mijn camera, die ik eigenlijk bij me had willen houden naast me op de bank, maar was bij opladen zo snugger mijn kooktas naast me te steken.
Tegen donker komen we bij een klein restaurantje, prima eten, maar voordeel dat het door echte Chinezen wordt besteld, en die weten wat ze krijgen natuurlijk. Er komt een agent met zijn zoon binnen. Erg ok stel zo blijkt, onderweg van Shanghai naar Urumqi omdat zoonlief graag Xingjang eens weel zien. Gezellig kletsen, zoon is reiziger in spe en spreekt redelijk Engels.
In het holst van de nacht verder, stuiter de stuiter, pijn in nek, schouders en hoofd, als ik halverwege even indommel. Tegen tweeen is het genoeg geweest, langs de weg en slapen, maar niet voor mij, kan mezelf in geen enkele positie wringen zonder dat het ergens pijn doet.