Windje tegen
We blijken een verkeerde inschating gemaakt te hebben, en het ene dorpje volgt het andere op. Maar goed ook, want een van de waterzakken van Alisha is gescheurd na gister gevuld te zijn met kokend water.
Na twintig kilometer draait de wind ineens 180 graden, en de rest van de dag is het langzaam bikkelen geblazen. Het doet pijn en het schiet niet op, maar dat hoort er bij.
Lunch in een grappig gehucht waar niemand thee verkoopt, dus kebab bij eethuis een, dan op de vervelende prefab plastic stoeltjes van het grote Chineese restaurant voor wat thee, en even verderop nog een uurtje chillen met wat frisdrank en een paar abrikozen.
Tegen het eind van de middag stopt er ineens een luxe auto voor mijn neus waaruit twee mannen naar buiten springen. Ik zal wel dorst hebben, en waarschijnlijk geldt hetzelfde voor mijn vrouw, dus twee flessen water, een paaar liter ice-tea en anderhalve kilo fruit. Alsjeblieft, goede reis en tot ziens! En even later staan we weer alleen in de woestijn, omringd door de wind, en een heleboel kilo's lekkere bagage zwaarder.
Een serie zandduinen verderop brengen de nodige beschutting voor de nachtrust, en terwijl ik me al verheug op een heerlijke maaltijd macaroni en Alisha zich volstopt met polo, kom ik er achter dat de pomp van mijn bezinebrander kapot is. Brandstof loopt naar buiten via het handvat, dus dat is niet de bedoeling. Kut.
Reparatie lukt niet, dus zet me met lange tanden in het blikje vis dat toch niet zo smakelijk was als ik verwacht had. Als het eenmaal donker is krijgt mijn gebochelde en toch al gehafende tent nog een zandtorm te verduren, en vind ik mezelf onder een stapel vodden. Slim bagage positioneren helpt, en wanneer het weer rustig is, moet ik opnieuw haringen prikken. Slapen onder een heerlijk stoffig laagje zand.