Zeven kleine fietsertjes..
Voel me niet fantastisch vandaag. Weer eens behoorlijk aan de diaree, maar tijd om samen weg te gaan. Maak me dus toch klaar voor vertrek, Ben kijkt naar mijn hub, stelt hem nog een beetje bij, en we besluiten het maar gewoon te proberen, nadat ik eveneens het beschadigde schakeltje van mijn ketting vervangen heb.
Gezevenen rijden we dus allemaal als gekken beladen de stad door. Kan me niet herinneren ooit met zo'n gigantische hoeveelheid fietsers op stap geweest te zijn, erg cool.
Een paar kilometer verder slaan we af naar rechts. De 219 naar Tibet, vanaf hier zijn we in verboden gebied. Niemand schijnt het echter erg te vinden, massa's militaire voertuigen komen voorbij, en een regiment tanks racet naast ons door de woestijn. Geen woord.
Ik val al snel achter op de rest. Hetzelfde geldt trouwens voor Alicia, die met haar allereerste fietstrip bezig is. En dan al meteen op naar Tibet. Respect. Af en toe rijden we dus samen, maar nadat ik na een kleine stop mijn gehele maaginhoud naar buiten besluit te brengen, val ik vaak ook op haar achter. Afzien.
Na een lunchstop met z'n allen in de schaduw van een overhangende rots voel ik me ietsje beter; nog dertig kilometer en dan kamperen moet haalbaar zijn. Vlak ervoor eten in een dorpje. Restaurant naast het politieburo, en wederom geen enkel punt. Slapen even verderop naast de weg, mijn tent zet ik op met behulp van een rol ducttape en een setje chop-sticks. Ik slaap als een roos.