Tadzjikistan uitkomen is zo makkelijk nog niet
Tadzjikistan uitkomen is zo makkelijk nog niet. Vanaf ons heerlijk ontspannen onderkomen vertrekken we getweeen vanaf onze homestay, na de lokale groetenboer van zijn laatste abrikozen beroofd te hebben en wederom een photo-shoot door Tara. De lucht ziet er spectaculair uit, maar dat komt voornamelijk door een gigantische sneeuwbui die een aantal kilometer verderop in de lucht hangt.
Het noodlot wordt nog even uitgesteld door twee Engelse motorrijders die we voor die tijd nog tegenkomen, maar dan begint het. Eerst alleen heel steil op en neer (en steil is op 4000 meter hoger altijd drie eer lastiger) met een beetje miezersneeuw. Koud, laagje er bij, sjaal voor het gezicht.
Uiteindelijk boven en weer droog en dan afdalen. Dat gaat redelijk wel. Afstappen en omlopen voor het gesloten hek van een verlaten check-point. De weg houdt op, weggeslagen door de rivier. Grote modderblokken waar we tussendoor navigeren. Even later hetzelfde tafreel, maar nu een kiezelweg om het gat en door de rivier.
Rustig asfalt, en uitzicht op de beroemde Pik Lenina, alhoewel enigszins belemmerd door de altijd aanwezige bewolking. Dan een wervelwind, en over op onverhard wasbord met een sterke wind tegen. We proberen nog een soort van waaier te vormen, maar met een lading bagage op de fiets en een super slechte weg is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Twintig kilometer pijn lijden en afzien, en owh wat ga ik langzaam. De Engelsen gaven aan dat de weg totaan de grens prima was; blijkbaar beleef je op de motor dit soort wegen op een andere manier dan op de fiets. Pluspunt is wel dat het erg mooi is hier, maar helaas ontbreekt het animo een beetje om daar echt van te kunnen genieten.
Maar het kan nog erger. De onverharde hobbelweg wordt een onverharde hobbelweg die steil omhoog loopt, en verstrikt raakt in een sneeuwstorm. Kut, kut, kut. Ik moet mezelf letterlijk naar boven toe vechten, met iedere honderd meter een ademstop. De 'welkom in Tadjikistan' bordjes en het grensgebouw heb ik al een tijdje inzicht, maar ze lijken maar niet dichterbij.
Uiteindelijk arriveer ik dan toch trillend, en voorzien van een vers laagje sneeuw bij costums, waar ik meteen thee en brood aangereikt krijg, maar het duurt zeker vijf minuten voordat ik weer om me heen kan kijken, en de omgeving in me op kan nemen. Een klein hok met een tafel, aan de andere kant achter een gordijn een aantal stapelbedden met slapende soldaten, en om me heen een paar wakkere, waarvan er een verveeld met een mes zit te spelen, een tweede tegen de muur naast de kachel staat en enig Engels weet uit te kramen, en de derde in de hoek aan tafel naast het raam duidelijk de leiding heeft, en nippend van zijn Spa Rood een DVD probeert af te trochelen van een zojuist gearriveerde vrachtwagen chauffeur.
Tijd om verder te gaan dus, en een paar gebouwtjes verder op onze exit-stempel in ontvangst nemen. Even klein en duister hier, klein tafeltje, twee mannen en een Play Boy-poster, en uiteindelijk ook de vraag of we misschien nog wat muntjes voor hun 'verzameling' hebben.
Zonder problemen weer buiten, en het is zo waar gestopt met sneeuwen. Nog een kilometertje omhoog en dan heet het Kyrgistan en proberen we over een pad gevormd door een verzameling modder en keien heelhuids naar beneden te komen. Dit lukt vrij redelijk, en ook de inmiddels bijna normaal geworden opstakels als landverschuivingen, steenmassa's, over de weg stromende rivieren, of willekeurige combinaties van deze drie nemen we zonder al te veel problemen.
De omgeving is magisch. Als je naar achter kijkt is alles wit, vooruit alles groen. Veel groener dan in Tadjikistan op dezelfde hoogte. Smalle kloof, hoog aan beide zijden en een stormende rivier aan de rechterzijde. Uiteindelijk de uitmonding in een breed dal, versierd met besneeuwde bergtoppen, hier en daar een sliertje mist, een rode en een blauwe rivier meanderend door een verzameling kiezels, en een messcherpe scheiding halverwege het midden door een hier eindiginde en donker afstaande bergketen. Donkere hoekjes, en klaterende watervalletjes. Een landschap als uit een sprookje, een vorm van natuurlijke perfectie en een betoverende sfeer.
Dan begint ook het asfalt weer en is de ergste daling voorbij. Even is het genieten geblazen, maar dan wederom een sneeuwstorm en dit keer nog een paar graadjes erger dan de vorige. Sjaalmasker bevriesd en moet af wil ik blijven ademhalen (koud!) en bril raakt om de haverklap ingesneeuwd, dus ik rij als met mijn ogen dicht. Dan volgen ook nog eens een gat in de weg en een rivier oversteek die we eerst maar niet kunnen vinden.
Met een paar centimeter sneeuw op ons fietsen en verkleumde handen schuilen in een klein gebouwtje, en waar blijft de grens overgang toch?? Overwegen hier teblijven overnachten, maar dat zit er niet echt in; geen vlakke plek te bekennen een overal resten van mensen die dit huisje ooit als toilet gebruikten.
Nog een laagje extra dus en doorrijden maar. Ik vlieg bijna over de kop doordat ik met hoge snelheid recht door een ongeziene kuil heen knal, en dan komt eindelijk de grens in zicht.Met ijskoude handen en een trillend lichaam naast de kachel. Hier blijven slapen kan niet, maar even bijwarmen is geen punt. Immigratie geeft ons om en of andere reden geen entry-stamp, maar we mogen wel door.
Sneeuw is gelukkig gestapt, en trillend zetten we het laatste deel van de afdaling aan, onder het genot van een spectaculaire zonsondergang, die ik een stuk beter kan zien zodra ik besluit mijn beslagen bril maar af te zetten. Om ons heen is alles wit, en in het verre oosten lijken de bergen in brand te staan.
In de invallende duisternis arriveren we in Sary-Tash, en vinden aldaar na enige rondvraag en volhoudendheid (mensen die ons doorverwijzen naar een paar kilometer verderop) een gastiniza in het centrum. Prima kamer, maar helaas niet veel te eten (behalve een gebakken eitje dan). Bierliefhebber Leo kan de weerleiding niet weerstaan om meteen een pintje achter over te slaan (de resultaten daarvan na een dag uitputtend en uitdrogend fietsen zijn te raden), en wanneer hij ook nog eens volhoudt in ons verblijf te willen gaan koken omdat het buiten te koud is, daalt de stemming tot een dieptepunt. Beetje jammer om de laatste avond samen op die manier door te brengen.