Na een erg koude nacht inclusief sneeuwstorm weer op weg over de slechte wasbordweg. Ditmaal niet stuiterend stoempen, maar enkel meewarig malen. Wat een ramp.
Een vijftal kilometers later blijkt dit leed geleden wanneer er ineens een streep asfalt aan de horizon verschijnt. Verbaasd blijven we staan. Krijg nou wat. Toch nog asfalt dus!
De weg glijdt verder, af en toe een klimmetje en zo'n beetje door de Chineese grens heen, met een niemandslandmarkering die bijna op de weg staat. Dan op eens een grote blauwe vlek in het okerglooiende landschap die de aankomst bij Kara Kol aanduidt. Een heel aantal kilometers geietend van het uitzicht en bewonderen van voorbijtrekkende wervelwinden later, mogen we na het gebruikelijke geneuzel het check-point langs en Kara Kul in.
Van ons plan van chaihana en daarna kampeerplek zoeken komt weinig terecht doordat we in het dorp meteen Stefaan tegen het lijf lopen. Eten in hun homestay, gevold door de aankomst van Honnoch en zijn vriendin in hun bus (Martin en Ursula zijn meteen door naar Osh, omdat Martin zijn verkoudheid maar niet opknapt). Veel te gezellig hier, dus wij besluiten ook maar te blijven.
Bij aankomst merk ik helaas dat er een behoorlijke speling in mijn achterwiel zit. Diagnose van Leo: achteras schoonmaken, eventueel nieuwe kogeltjes en dan een lading vet. Helaas heb ik niet de gereedschappen bij om dit zelf te kunnen doen; hopen dat alles zonder verdere problemen doorrolt, zodat ik in Kashgar kan gaan klussen.