Nog even wat extra proviand inslaan op de markt, benzine tanken (mijn tankje blijkt echt helemaal leeg, terwijl ik er nog prima op gekookt heb; nooit geweten dat dat kon), en wegwezen.
Eerst stijl omhoog het dorp uit en door een impossante zuilengallerie door een kloof, dan langs het checkpoint. Dit keer extreem snel; een agent die poogde enigszins vervelend te doen, wordt door een buschauffeur omgekocht met de mededeling dat hij mij ook door moet laten. Dankuwel.
Het dal wordt breder, en stijgt slechts zeer lichtjes, en met prachtige uitzichten op de reusachtige bergen om ons heen. Pikwitte sneeuw op de toppen, nooit geweten dat die kleur zo helder kon zijn. Lunchen met een visje en na een tochtje met een vriendelijke Engelssprekende meefietser, en dan ontspannen. We hebben vandaag zeeen van tijd.
Twintig kilometer verder begin ik me een beetje duizelig te voelen. Tentje neerplanten tussen een paar struiken, en de rest van de dag voorbij laten glijden. Op een bepaalde manier helemaal niet slecht zo'n acclimatisatie periode. Doe nog een poging een mooie text op een berg te zetten middels het slim positioneren van stenen, maar wanneer ik een tijd later weer beneden ben, blijkt er van het geheel helemaal niks te zien.
Het stroopje achter onze tenten blijkt ineens aangezwollen waardoor er een watersnood dreigt; Leo verplaatst, ik lijk nog veilig. Een stuk stroomopwaards besluit ik de stroom van de rivier maar te verleggen zodat we in ieder geval veilig kunnen slapen, maar juist als we dat van plan zijn worden we overvallen door een gigantische regenstorm.