Fietsje schoonmaken en wegwezen. Er lijkt iets mis te zijn met een van mijn derailleurwieltjes; het asje draait af en toe met het wieltje mee. Idee van Leo is de schroefjes wat verder aan te draaien, maar zo ver kom ik niet want bij poging sleutel-in-schroefgat beschadig ik het dusdanig dat er niet veel bijstellen meer bij is. Doorrijden en hopen dat het niet erger wordt dus.
Heerlijk genieten van Zwitserland komt een kilometer of dertig helaas tot een eind wanneer de weg (ik heb het eerst niet eens door) weer over gaat in grint, stof en steenslag. Gestoorde afdalingen en riviertjes doorwaden behoren weer tot het normale beeld, en ook de landmijnen zijn terug.
Behoorlijk wat later dan gepland komen we eindelijk in Kaleikum aan. Beetje raar en druk sfeertje, en alle restaurants (lijkt wel een wereldstad met al die keus ineens) blijken ineens gesloten, op een die de soep (erg) duur verkoopt. Terug dus, want een tweetal kilometers voor het dorp kon je ook eten.
Hier wel redelijk eten voor een normale prijs. We vallen aan en doen ondertussen wat poging tot kletsen met de eigenaar. Aardige man die aangeeft vroeger op de universiteit erg goed in Engels geweest te zijn, maar het nu, een dertigtal jaren later, praktisch vergeten is. Excuus, excuus. Hij heeft ook behoorlijk wat te vertellen over de weg condities en waar we eventueel landmijnen tegen het lijf kunnen lopen.
Samen met zijn vriend de schoenmaker vertelt hij eerst alles heel precies in het Russisch, komt tot de conclusie dat we er naar zijn zin te weinig van begrepen hebben, pakt een stuk papier voor een geimproviseerde kaart, en doet dat nog eens over zodra ik mijn gedetailleerde Pamir kaart er bij pak voor vergelijking. Prachtig, en erg belangrijke informatie natuurlijk.
Wanneer ik me omdraai er terug loop naar ons tafeltje blijkt mijn zonnebril ineens verdwenen. Zoeken of ik hem niet ergens anders heb neergelegd of in mijn zakken heb gestopt, maar nee, de bril blijkt echt verdwenen. Dat is flink balen. Ook de eigenaar is geschrokken, zoekt mee, en geeft meteen aan de politie er wel bij te halen. Misschien voor de aangifte wel handig, dus laat maar komen.
Even lateer arriveren oom agent en zijn hulpje. Ze lijken er vrij snel uit wie de daders zijn, want even later worden een paar jongetjes opgetrommeld en volgt er een boel geschreew in een achterkamertje. Er lijkt schot in de zaak te zitten, maar dan valt de boel stil. Ze zitten er duidelijk mee wat er gebeurd is, maar iedereen wijst naar elkaar. Schande voor het dorp, zo denken ook de moeders er over, maar mijn bril komt niet terug.
Terwijl we wachten en het daglicht langzaam wegtikt, staan we daar maar. Twee, drie uur gaan voorbij. Dan toch maar vragen of ze maar gewoon een aangifte kunnen scrijven, hoe kut het hier ook is zonder een zonnebril rond te rijden (om nog maar te zwijgen over zometeen op 4000 meter). Ook dit duurt en duurt maar, en uiteindelijk begrijpen we dat we voor een aangifte naar OBD in Kaleikum moeten. Pfff, dat gaat zo nog uren duren, en zo komen we nooit in Khorog, terwijl Leo en ik al een paar dagen het gevoel hebben dat de tijd langzaam wegtikt.
Uiteindelijk ook dat dus maar laten zitten, en in het zadel. Snel een zak macaroni meenemen en wegwezen. Ons geplande plek halen we echter ook niet doordat Leo net nu weer eens een lekke band heeft. Gelukkig vinden we ergens langs de weg een klein stukje grond waarvan de eigenaar het ok vindt dat we er de nacht door brengen. Even een paar angstige momenten wanneer er in het holst van de nacht ineens een tweetal mannen naast het schuurtje verderop verschijnen, maar ze laten niet van zich horen en we slapen als babies.