Langzaamaan vertrokken met een nieuw petje op mijn kop (gevonden dichtbij kampeerplek, wat een toeval). Het spoor van Leo kan ik bij de klim vanaf het meer omhoog duidelijk te bekennen, maar gezien zijn tempo lijkt de kans me klein dat ik hem nog tref. Daarnaast ben ik ook behoorlijk bekaf van de veeleisende routes van de afgelopen dagen.
Zodra ik na een kleine 30 kilometer weer op de hoofdweg sta begin ik dus eigenlijk alvast weer te zoeken naar een overnachtingsplek. Ruim honderd kilometer over een meer dan 3000 meter hoge bergpas om vanavond nog in Dushanbe te zijn, zoals ik Sussie verteld had, zie ik niet echt zitten.
Een twintigtal kilometers later kom ik dan uiteindelijk ook uit bij een prachtig bergweide landschap met uitzicht op een paar impossante pieken. De bewoners van het nabij gelegen dorpje vinden het geen probleem als ik een nachtje in hun weides kom slapen, en over een gammele stalen plaat vol met gaten die dienst doet als brug, arriveer ik bij een mooie pruimenboom waarnaast ik in de plotseling opzettende stromende regen mijn tentje in elkaar bouw.