Stilte
Vanuit mijn weiland begeef ik me tussen de schaapjes door terug naar een meer begaanbare weg. Het is sober vandaag, met veel dreigende en soms lichte regen, en de wind heeft er ook geen zin meer in en is bijna 180 graden de andere kant opgedraaid.
Na een uur of twee houden de vlaktes het voor gezien en maken ze plaats voor een glooiend heuvellandschap, met aan de rechterkant een paar stoere vierduizenders, die nog een topje sneeuw bevatten. Het is hier prachtig, maar veel krijg ik er niet van mee; ik ben me stuk aan het trappen op de wind, de heuvels en mezelf.
Tegen het eind van de middag kom ik eindelijk in Shahrisabz aan, kroonstad van de historische heerser Timor. Had er op veel te optimistisch gerekend hier rond het middag uur te zijn, maar goed, hoogmoed voor de val. In het stadje vergaap ik me aan de moskeeen en het geplande mausoleum. Het is hier nog heerlijk puur; onkruid en vogelnestjes in de voegen, maar toch ziet het er nog prachtig uit, en maakt het nog duidelijk deel uit van het dagelijks leven, in tegenstelling tot het openlucht museum gevoel dat bijvoorbeeld Bukhara soms een beetje geeft.
Het hotel hier is een beetje boven mijn budget, dus vraag ik om water en plan een paar kilometer buiten de stad mijn tentje op te zetten. Terwijl ik mijn flessen vul, raak ik aan de praat met de barman, die me terstond een verblijf in zijn eigen homestay aanbied. Zo beland ik dus wederom in een prachtige 16de eeuwse omgeving (ik vraag me af of alle huizen in Oezbekistan zo mooi zijn), en word ik voorzien van avondeten en een prachtige kamer, terwijl ik Engels probeer te praten met de oudste dochter. Ze brengt er verbazend weinig van terecht gezien het niveau van haar Engelse boeken (stukken lastiger dan de studieboeken in Nederland) en het feit dat ze graag tolk wil worden, maar ze kan mooi glimlachen.
Natuurlijk sta ik vanavond ook even stil bij al hetgeen er tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, zij het dan wel op Uzbeekse tijd, want teen achten in Nederland lig ik al languit ronkend achterover.