Wanneer ik weg wil gaan blijkt de wind plotseling gedraaid, waardoor ik ineens een windje in de rug heb. Niet slecht. Ik maal door een eentonig landschap waarvan ik best zou kunnen genieten, ware het niet dat er een onafgebroken stroom druk verkeer langskomt, en de weg zelf ook niet om over naar huis te schrijven is; voornamelijk daarop letten dus.
Bij een checkpoint neemt een (overigens vriendelijke) agent een hoeveelheid smeergeld van iemand in ontvangst, wat de aggressie van een derde oproept, en bijna uitmondt in een vechtpartij.
Tijdens een lunchstop in een klein restaurantje, schuift de familie van de eigenaar aan. Communicatie is lastig, maar de beste man heeft vier kinderen, houdt van lekker eten en heeft het niet zo op de politie.
Met mijn tienduizendste kilometer binnen handbereik besluit ik het voor vandaag voor gezien te houden en klauter ik via een modderbad naar een kampeerplekje toe.