Na een laatste 'Hello my friend, breakfast' (de enige woorden Engels die mijn gastheer kent, dus eet je drie keer per dag ontbijt) en natuurlijk weer een gigantische maaltijd, is het tijd om te vertrekken.
Ik dacht een afslag naar Mary gezien te hebben en rijd dus een heel stuk terug door de stad, naar waar ik binnenkwam. Na twee kilometer veranderd de snelweg echter in een grote zandbak; end-of-road, lekker handig. Dus weer terug de stad in, en al gokkend (rechts aanhouden) sta ik even later bij de stadsgrens. Een checkpoint inclusief natuurlijk, en ik rijd door (of krijg in ieder geval het idee dat dat geen punt is).
De weg is druk en breed, en wordt opgesierd met wijsheden van meneer de president aan de linker en rechterzijde van de weg, en af en toe een foto. Bij het tweede checkpoint moet ik me wel registreren, en vragen ze zich af waarom ik dat bij het eerste punt niet gedaan heb. De weg wordt smal, maar blijft druk, niet ideaal.
Aan de rechter kant een prachtig uitzicht op de bergen, terwijl er eerst links en later rechts af en toe een oude diesellocomotief voorbij tuft. Aan het einde van de dag een derde check-point waarna ik enkele kilometers later mijn tent opzet op het randje van een natuurgebied, waar als ik me niet vergis een grote populatie scholeksters rondloopt.