Na mijn laatste geld aan een paar pistachio noten gespendeerd te hebben stijg ik in mijn zadel. Vertrek werd aanvankelijk een beetje vertraagd doordat de hoteleigenaar mij in het hotel wilde laten wachten op de muziekjongens. Nadat ik duidelijk aangegeven had geen behoefte aan de CD te hebben was dat echter geen probleem meer. Vervolgens is het even zoeken om de stad uit te komen, aangezien de Engels-talige bordjes ineens overgaan in varianten die alleen in het Farsi berichten. Wat gepuzzel met de paar tekens Arabisch die ik ken en de conclusie was dat ik gewoon altijd maar rechtdoor moest blijven rijden.
Omgeven door een heerlijk geurend groen landschap en een kakafonie aan vogelgekwetter begeef ik me de uitgebreid glooiende landschappen voorbij Quchan in, en geniet ik van een lunch langs een binnenweggetje. Er komt nog behoorlijk wat verkeer voorbij, maar ik word heerlijk met rust gelaten. Probeer dat maar eens in Shiraz tijdens No Ruz..
Een beetje glooiend gaat over in heel erg glooiend en uiteindelijk bergachtig. Voor het eerst sinds tijden zweet ik weer stijl omhoog, omgeven door enthousiast toeterende Turkse vrachtwagens. Ik zwoeg en het doet pijn, maar owh wat is dit heerlijk! Afzien naar boven en heerlijk vrij genietend naar beneden. Zucht!
Ik sla af een stille zijweg in naar een alternatieve grensovergang. Door een middel-eeuws sprookjesactige riddervallei kom ik bij een lief dorpje aan een rivier omgeven door hoge iepen, en op de achtergrond spelende kinderen. Wat heerlijk is het hier!
Een stukje verder maak ik mijn kamp in een oude steengroeve en kook ik mijn eerste maal op mijn nieuwe brander. Prima.